Advanced search
1 file | 10.78 MB Add to list

Advies uitmijnen in Landschap De Liereman

Stephanie Schelfhout (UGent) , Margot Vanhellemont (UGent) , An De Schrijver (UGent) , Kris Verheyen (UGent) and Jan Mertens (UGent)
(2021)
Author
Organization
Abstract
Het herstel van heischrale graslanden (prioritair habitattype H6230*) op voormalige landbouwbodems geeft vaak teleurstellende resultaten door abiotische en biotische knelpunten. Abiotisch is vooral fosfor een probleem. Fosfor is persistent in de bodem en hoge concentraties hebben een negatief effect op de plantensoortenrijkdom en vooral op traaggroeiende heischrale doelsoorten (zie Hoofdstuk 2). Dit rapport gaat over het verlagen van de concentraties biobeschikbare fosfor in de bodem via verschraling door maaibeheer of uitmijnen. Er wordt een inschatting gemaakt van de tijd die nodig is voor het abiotische herstel. De tijd nodig voor biotisch herstel wordt in dit rapport niet ingeschat, maar is ook belangrijk. Het lokaal uitsterven van doelsoorten en de beperkte verbreidingscapaciteit zijn een belangrijk knelpunt. Dit probleem kan verholpen worden door translocatie van plantensoorten via maaisel opvoeren of inzaaien op een moment wanneer er kiemplaatsen zijn, bijvoorbeeld vlak na een verschralingstraject gecombineerd met het strippen van de vegetatie. Als een perceel uit intensief landbouwbeheer wordt genomen, zijn de concentraties fosfor in de bodem doorgaans 10 tot 15 keer hoger dan in onbemeste heischrale graslanden. In theorie kunnen de bodemfosforconcentraties verlaagd worden door afvoer van fosfor met het maaisel geoogst bij verschralend maaibeheer. In praktijk gaat het verlagen van bodemfosforconcentraties via verschralend maaibeheer traag. Na een paar jaar wordt de plantengroei gelimiteerd door lage concentraties stikstof en kalium, twee nutriënten die snel uitspoelen uit de bodem. Door de lagere groei daalt de jaarlijkse fosforafvoer met het maaisel. Bij uitmijnen is de jaarlijkse fosforafvoer doorgaans hoger dan bij maaibeheer omdat er bij uitmijnen bemest wordt met stikstof en kalium. Deze bemesting zorgt voor hoge biomassaproductie en optimale fosforafvoer. Het voordeel van uitmijnen is dat de tijdsduur voor verschraling aanzienlijk korter kan worden dan via maaibeheer. Het nadeel van uitmijnen is dat het biotisch herstel nog niet kan beginnen. Tijdens verschralend maaibeheer is het wel mogelijk om al een hoger aandeel kruidachtigen en zelfs enkele doelsoorten te bekomen. Tijdens maaibeheer wordt het biotisch herstel dus al gestart. Het verlagen van de bodemfosforconcentraties na intensief landbouwbeheer tot het niveau van een heischraal grasland door maai- of uitmijnbeheer werd nog niet eerder beschreven. Uitmijnen is nog steeds een experimentele verschralingstechniek. Het doel van dit rapport is om bij te dragen aan de kennisopbouw over uitmijnen in functie van natuurherstel. We geven een overzicht over de ervaringen en kennis over uitmijnen opgedaan in Landschap De Liereman en passen deze toe op nieuwe terreinen waar natuurherstel gepland staat (Hoge Mierdse Heide en Lieremansstaartje). In Landschap De Liereman liep van 2011 tot 2016 een eerste veldproef: Veldproef 1 - maaibeheer versus uitmijnen in grasland. We vergeleken de fosforafvoer via maaibeheer en uitmijnen in een blokkenproef op drie percelen met verschillende fosforconcentraties. Doordat de percelen verschillen in de concentratie bodemfosfor kunnen we een inschatting maken van de fosforafvoer via uitmijnen langsheen een traject van verschraling van de bodem. De belangrijkste inzichten uit deze veldproef staan samengevat in Hoofdstuk 3. In Hoofdstukken 5 en 6 worden deze gegevens gebruikt voor het simuleren van de tijdsduur nodig voor verschraling via maaibeheer of uitmijnen. Van 2013 tot 2016 liep een tweede veldproef in Landschap De Liereman: Veldproef 2 - uitmijnen met grasklaver versus akkerrotaties. We testten in het veld of fosforafvoer via uitmijnen hoger is bij herinzaai met een grasklavermengsel of bij een opeenvolging van diverse akkerteelten (zie Hoofdstuk 5). De percelen hadden initieel hoge tot zeer hoge bodemfosfor concentraties. Van 2017 tot 2020 werd het uitmijnbeheer verdergezet zonder gedetailleerde monitoring van het gewas, met grasklaverteelt op alle percelen. In de winter van 2020 werden opnieuw bodemstalen genomen om de verandering in de bodemfosforconcentraties te bepalen (zie Hoofdstuk 4) en de ingeschatte uitmijntermijnen te evalueren (zie Hoofdstuk 5). Deze inzichten worden eveneens gebruikt in Hoofdstuk 6 voor het simuleren van de tijdsduur nodig voor verschraling via de meest geschikte teelt.
Keywords
Uitmijnen, Natuurherstel, heischrale graslanden, Verschraling

Downloads

  • 20210930 advies uitmijnen in landschap de liereman finale versie.pdf
    • full text (Published version)
    • |
    • open access
    • |
    • PDF
    • |
    • 10.78 MB

Citation

Please use this url to cite or link to this publication:

MLA
Schelfhout, Stephanie, et al. Advies Uitmijnen in Landschap De Liereman. ELAND, Universiteit Gent, 2021.
APA
Schelfhout, S., Vanhellemont, M., De Schrijver, A., Verheyen, K., & Mertens, J. (2021). Advies uitmijnen in Landschap De Liereman. Gent: ELAND, Universiteit Gent.
Chicago author-date
Schelfhout, Stephanie, Margot Vanhellemont, An De Schrijver, Kris Verheyen, and Jan Mertens. 2021. “Advies Uitmijnen in Landschap De Liereman.” Gent: ELAND, Universiteit Gent.
Chicago author-date (all authors)
Schelfhout, Stephanie, Margot Vanhellemont, An De Schrijver, Kris Verheyen, and Jan Mertens. 2021. “Advies Uitmijnen in Landschap De Liereman.” Gent: ELAND, Universiteit Gent.
Vancouver
1.
Schelfhout S, Vanhellemont M, De Schrijver A, Verheyen K, Mertens J. Advies uitmijnen in Landschap De Liereman. Gent: ELAND, Universiteit Gent; 2021.
IEEE
[1]
S. Schelfhout, M. Vanhellemont, A. De Schrijver, K. Verheyen, and J. Mertens, “Advies uitmijnen in Landschap De Liereman.” ELAND, Universiteit Gent, Gent, 2021.
@misc{8738713,
  abstract     = {{Het herstel van heischrale graslanden (prioritair habitattype H6230*) op voormalige landbouwbodems geeft vaak teleurstellende resultaten door abiotische en biotische knelpunten. Abiotisch is vooral fosfor een probleem. Fosfor is persistent in de bodem en hoge concentraties hebben een negatief effect op de plantensoortenrijkdom en vooral op traaggroeiende heischrale doelsoorten (zie Hoofdstuk 2). Dit rapport gaat over het verlagen van de concentraties biobeschikbare fosfor in de bodem via verschraling door maaibeheer of uitmijnen. Er wordt een inschatting gemaakt van de tijd die nodig is voor het abiotische herstel. De tijd nodig voor biotisch herstel wordt in dit rapport niet ingeschat, maar is ook belangrijk. Het lokaal uitsterven van doelsoorten en de beperkte verbreidingscapaciteit zijn een belangrijk knelpunt. Dit probleem kan verholpen worden door translocatie van plantensoorten via maaisel opvoeren of inzaaien op een moment wanneer er kiemplaatsen zijn, bijvoorbeeld vlak na een verschralingstraject gecombineerd met het strippen van de vegetatie.
Als een perceel uit intensief landbouwbeheer wordt genomen, zijn de concentraties fosfor in de bodem doorgaans 10 tot 15 keer hoger dan in onbemeste heischrale graslanden. In theorie kunnen de bodemfosforconcentraties verlaagd worden door afvoer van fosfor met het maaisel geoogst bij verschralend maaibeheer. In praktijk gaat het verlagen van bodemfosforconcentraties via verschralend maaibeheer traag. Na een paar jaar wordt de plantengroei gelimiteerd door lage concentraties stikstof en kalium, twee nutriënten die snel uitspoelen uit de bodem. Door de lagere groei daalt de jaarlijkse fosforafvoer met het maaisel. Bij uitmijnen is de jaarlijkse fosforafvoer doorgaans hoger dan bij maaibeheer omdat er bij uitmijnen bemest wordt met stikstof en kalium. Deze bemesting zorgt voor hoge biomassaproductie en optimale fosforafvoer. Het voordeel van uitmijnen is dat de tijdsduur voor verschraling aanzienlijk korter kan worden dan via maaibeheer. Het nadeel van uitmijnen is dat het biotisch herstel nog niet kan beginnen. Tijdens verschralend maaibeheer is het wel mogelijk om al een hoger aandeel kruidachtigen en zelfs enkele doelsoorten te bekomen. Tijdens maaibeheer wordt het biotisch herstel dus al gestart.
Het verlagen van de bodemfosforconcentraties na intensief landbouwbeheer tot het niveau van een heischraal grasland door maai- of uitmijnbeheer werd nog niet eerder beschreven. Uitmijnen is nog steeds een experimentele verschralingstechniek. Het doel van dit rapport is om bij te dragen aan de kennisopbouw over uitmijnen in functie van natuurherstel. We geven een overzicht over de ervaringen en kennis over uitmijnen opgedaan in Landschap De Liereman en passen deze toe op nieuwe terreinen waar natuurherstel gepland staat (Hoge Mierdse Heide en Lieremansstaartje).
In Landschap De Liereman liep van 2011 tot 2016 een eerste veldproef: Veldproef 1 - maaibeheer versus uitmijnen in grasland. We vergeleken de fosforafvoer via maaibeheer en uitmijnen in een blokkenproef op drie percelen met verschillende fosforconcentraties. Doordat de percelen verschillen in de concentratie bodemfosfor kunnen we een inschatting maken van de fosforafvoer via uitmijnen langsheen een traject van verschraling van de bodem. De belangrijkste inzichten uit deze veldproef staan samengevat in Hoofdstuk 3. In Hoofdstukken 5 en 6 worden deze gegevens gebruikt voor het simuleren van de tijdsduur nodig voor verschraling via maaibeheer of uitmijnen.
Van 2013 tot 2016 liep een tweede veldproef in Landschap De Liereman: Veldproef 2 - uitmijnen met grasklaver versus akkerrotaties. We testten in het veld of fosforafvoer via uitmijnen hoger is bij herinzaai met een grasklavermengsel of bij een opeenvolging van diverse akkerteelten (zie Hoofdstuk 5). De percelen hadden initieel hoge tot zeer hoge bodemfosfor concentraties. Van 2017 tot 2020 werd het uitmijnbeheer verdergezet zonder gedetailleerde monitoring van het gewas, met grasklaverteelt op alle percelen. In de winter van 2020 werden opnieuw bodemstalen genomen om de verandering in de bodemfosforconcentraties te bepalen (zie Hoofdstuk 4) en de ingeschatte uitmijntermijnen te evalueren (zie Hoofdstuk 5). Deze inzichten worden eveneens gebruikt in Hoofdstuk 6 voor het simuleren van de tijdsduur nodig voor verschraling via de meest geschikte teelt.}},
  author       = {{Schelfhout, Stephanie and Vanhellemont, Margot and De Schrijver, An and Verheyen, Kris and Mertens, Jan}},
  keywords     = {{Uitmijnen,Natuurherstel,heischrale graslanden,Verschraling}},
  language     = {{dut}},
  pages        = {{37}},
  publisher    = {{ELAND, Universiteit Gent}},
  title        = {{Advies uitmijnen in Landschap De Liereman}},
  year         = {{2021}},
}