Advanced search
1 file | 3.61 MB Add to list

Robbe De Hert & Fugitive Cinema : een blik op de vroege jaren

Gertjan Willems (UGent) and Steven Jacobs (UGent)
(2021)
Author
Organization
Abstract
De Antwerpse cineast Robbe De Hert (20 september 1942 ‒ 24 augustus 2020) raakte in 1980 bij het grote publiek bekend als regisseur van de immens populaire Ernest Claesverfilming De Witte van Sichem. Nadien volgden publieksfilms als Zware jongens (1984), Blueberry Hill (1989) en Lijmen/Het been (2000), alsook diverse documentaires over de filmgeschiedenis, met Hollywood aan de Schelde (2018) als zwanenzang. Intussen had hij met zijn rebelse, weinig diplomatieke temperament een stevige reputatie opgebouwd als ʻenfant terrible van de Vlaamse cinemaʼ. Veel minder bekend is dat De Hert ten tijde van De Witte van Sichem al bijna twee decennia bezig was met films maken. Meer nog, het is net in de jaren 1960 en 1970 dat De Hert zijn meest vernieuwende bijdrage aan de Belgische filmgeschiedenis leverde, als sleutelfiguur binnen Fugitive Cinema. De avant-gardistische dichter Paul De Vree fungeerde als voorzitter van dit in 1966 opgerichte filmcollectief. Fugitive Cinema verwees ook wel naar zichzelf als ʻPaul De Vree and his lonely filmersʼ, omdat ze in de marge werkten, buiten en meestal ook tegen ʻhet systeemʼ, de maatschappelijke status quo met zijn officiële instanties waartegen de filmmakers fulmineerden. Het collectief injecteerde de Belgische cinema met een dosis politiek en sociaal engagement, waarbij het alternatieve karakter van de kritische films vaak versterkt werd door vormexperimenten. Heel wat Fugitive-producties, De Herts eerste langspeler Camera sutra (1973) voorop, golden als een soort filmische vertalingen van de mei ʼ68-contestatie. Sociale reportages als S.O.S. Fonske (1968) en De dood van een sandwichman (1971) veroorzaakten nationale controverse. Tegelijk kenden kortfilms als De bom (1968) en A Funny Thing Happened on my Way to Golgotha (1967) internationale bijval. Naast de productie van films bood Fugitive Cinema ook een alternatief binnen de bredere filmcultuur door het opzetten van SPOT, een filmdistributiesysteem en diverse andere filmactiviteiten. In deze publicatie bekijken we de vroege periode van De Hert en Fugitive Cinema van naderbij.
Keywords
Fugitive Cinema, Robbe De Hert

Downloads

  • 2021.07 Brochure Robbe De Hert Fugitive Cinema.pdf
    • full text (Published version)
    • |
    • open access
    • |
    • PDF
    • |
    • 3.61 MB

Citation

Please use this url to cite or link to this publication:

MLA
Willems, Gertjan, and Steven Jacobs. Robbe De Hert & Fugitive Cinema : Een Blik Op de Vroege Jaren. Universiteit Antwerpen, 2021.
APA
Willems, G., & Jacobs, S. (2021). Robbe De Hert & Fugitive Cinema : een blik op de vroege jaren. Antwerpen: Universiteit Antwerpen.
Chicago author-date
Willems, Gertjan, and Steven Jacobs. 2021. “Robbe De Hert & Fugitive Cinema : Een Blik Op de Vroege Jaren.” Antwerpen: Universiteit Antwerpen.
Chicago author-date (all authors)
Willems, Gertjan, and Steven Jacobs. 2021. “Robbe De Hert & Fugitive Cinema : Een Blik Op de Vroege Jaren.” Antwerpen: Universiteit Antwerpen.
Vancouver
1.
Willems G, Jacobs S. Robbe De Hert & Fugitive Cinema : een blik op de vroege jaren. Antwerpen: Universiteit Antwerpen; 2021.
IEEE
[1]
G. Willems and S. Jacobs, “Robbe De Hert & Fugitive Cinema : een blik op de vroege jaren.” Universiteit Antwerpen, Antwerpen, 2021.
@misc{8715122,
  abstract     = {{De Antwerpse cineast Robbe De Hert (20 september 1942 ‒ 24 augustus 2020) raakte in 1980 bij het grote publiek bekend als regisseur van de immens populaire Ernest Claesverfilming De Witte van Sichem. Nadien volgden publieksfilms als Zware jongens (1984), Blueberry Hill (1989) en Lijmen/Het been (2000), alsook diverse documentaires over de filmgeschiedenis, met Hollywood aan de Schelde (2018) als zwanenzang. Intussen had hij met zijn rebelse, weinig diplomatieke temperament een stevige reputatie opgebouwd als ʻenfant terrible van de Vlaamse cinemaʼ. Veel minder bekend is dat De Hert ten tijde van De Witte van Sichem al bijna twee decennia bezig was met films maken. Meer nog, het is net in de jaren 1960 en 1970 dat De Hert zijn meest vernieuwende bijdrage aan de Belgische filmgeschiedenis leverde, als sleutelfiguur binnen Fugitive Cinema. De avant-gardistische dichter Paul De Vree fungeerde als voorzitter van dit in 1966 opgerichte filmcollectief. Fugitive Cinema verwees ook wel naar zichzelf als ʻPaul De Vree and his lonely filmersʼ, omdat ze in de marge werkten, buiten en meestal ook tegen ʻhet systeemʼ, de maatschappelijke status quo met zijn officiële instanties waartegen de filmmakers fulmineerden. Het collectief injecteerde de Belgische cinema met een dosis politiek en sociaal engagement, waarbij het alternatieve karakter van de kritische films vaak versterkt werd door vormexperimenten. Heel wat Fugitive-producties, De Herts eerste langspeler Camera sutra (1973) voorop, golden als een soort filmische vertalingen van de mei ʼ68-contestatie. Sociale reportages als S.O.S. Fonske (1968) en De dood van een sandwichman (1971) veroorzaakten nationale controverse. Tegelijk kenden kortfilms als De bom (1968) en A Funny Thing Happened on my Way to Golgotha (1967) internationale bijval. Naast de productie van films bood Fugitive Cinema ook een alternatief binnen de bredere filmcultuur door het opzetten van SPOT, een filmdistributiesysteem en diverse andere filmactiviteiten. In deze publicatie bekijken we de vroege periode van De Hert en Fugitive Cinema van naderbij.}},
  author       = {{Willems, Gertjan and Jacobs, Steven}},
  keywords     = {{Fugitive Cinema,Robbe De Hert}},
  language     = {{dut}},
  pages        = {{20}},
  publisher    = {{Universiteit Antwerpen}},
  title        = {{Robbe De Hert & Fugitive Cinema : een blik op de vroege jaren}},
  year         = {{2021}},
}