Advanced search
1 file | 597.69 KB Add to list

'Torpedo': zeeslagje spelen met Hollywood

Lennart Soberon (UGent) and Gertjan Willems (UGent)
(2019) De Morgen. p.23-23
Author
Organization
Abstract
Een goed gevoel voor timing, zoveel is zeker. In dezelfde week dat Canvas met De kinderen van het verzet op zoek gaat naar waarom het verzet zo beperkt aanwezig is in het Vlaamse collectieve geheugen, verschijnt een nieuwe Vlaamse film Torpedo over, jawel, heroïsche verzetslui. In tegenstelling tot de Canvasreeks biedt het regiedebuut van Sven Huybrechts geen inzicht in historische gebeurtenissen en ervaringen. Het door A Team Productions geproduceerde Torpedo wil enkel een spectaculaire en grappige actiefilm zijn, met WO II als toevallige setting. Daar is op zich niets mis mee. Het archaïsch wereldbeeld is daarentegen wél problematisch. Een ongeziene prestatie binnen de Vlaamse cinema, een film die met Hollywood kan wedijveren, zo klinkt het over Torpedo. Het is inderdaad een grootse en gedurfde film. Met een fractie van het budget van de gemiddelde Hollywoodfilm een visueel indrukwekkend oorlogsepos maken, dwingt respect af. Eenmaal voorbij het spierbalvertoon van de making-of, ontvouwt zich echter een ander verhaal. Natuurlijk is het geen grote verrassing dat testosteron de motor is van een film die handelt over een zootje ongeregeld dat erop uit is zoveel mogelijk nazi’s af te knallen. Meer opzienbarend is hoe in een tijdperk van #MeToo en debatten rond dekolonisatie een film zo zonneklaar uitpakt met racistische stereotypes en een betuttelend vrouwbeeld. Het haantjesgedrag van Stan (Koen de Bouw) en de andere alfamannen stuwt het dramatisch conflict. De enige vrouw met dialoog, Nadine (Ella-June Henrard), is wel strijdlustig, maar krijgt toch voornamelijk de keuze om als dochter, lustobject of echtgenote te fungeren. Uiteindelijk neemt ze vrede met een combinatie van dit alles. Wanneer de verzetslui naar Belgisch-Congo trekken, om van daaruit per onderzeeër enkele kisten met uranium naar de VS te vervoeren, komt Torpedo in aanraking met het Belgische koloniale verleden. Een Congolese bediende Jenga (Rudy Mukendi), stapt mee in de duikboot. De film doet enige moeite om onverdraagzaamheid te thematiseren via de verzoening tussen Jenga en het bemanningslid dat hem eerder uitkafferde voor ‘bananenman’ en ‘chocolaten aap’. Deze verzoenende noot klinkt echter vals, aangezien in de rest van de film Jenga enkel als exotisch spektakel geldt. Jenga’s opname in de groep is louter afhankelijk van zijn spierkracht, nodig voor het onderhoud van de duikboot. Door Jenga’s waarde als mens gelijk te stellen aan diens vermogen om arbeid te verrichten, maakt Torpedo zich schuldig aan exact diezelfde koloniale sentimenten die het tracht te hekelen. De redenering dat dergelijke racistische representatie zou passen binnen de historische setting van Torpedo, gaat niet op. De film belooft immers dezelfde geschiedkundige getrouwheid als de gemiddelde Rode Ridder-strip, en bovendien is iedere historische film in de eerste plaats een product van de eigen tijd. Torpedo gehoorzaamt niet aan historische kennis noch aan een hedendaagse kritische blik. De film kent slechts één meester: de regels van de Amerikaanse genrecinema. Volgens regisseur Huybrechts is Torpedo geïnspireerd op Hollywoodklassiekers als The Dirty Dozen (1967), waarin een groep ‘men on a mission’ het opneemt tegen schijnbaar onoverwinbare obstakels. Hier ligt minstens een deel van de verklaring voor Torpedo’s problematische representatie. De film neemt niet alleen een aantal stilistische kenmerken over, ook de belegen ideologische laag wordt bijna klakkeloos gekopieerd. Het resultaat van deze verzoening tussen Amerikaanse genreconventies en de Vlaamse context is een ahistorisch amalgaan van machistische en racistische clichés. Torpedo tracht zich te onderscheiden van de Vlaamse film, en net als diens duikbootbemanning kijkt hij hoopvol richting VS. Lof voor Torpedo als ongezien in onze contreien gaat evenwel voorbij aan een belangrijke vraag: wat verlangen we precies van de Vlaamse cinema? Zeker, in een gezonde filmsector heeft commercieel gericht entertainment zijn plaats. Maar hebben we werkelijk nood aan films die ons hetzelfde serveren als wat we al zo vaak op ons bord krijgen, maar dan overgoten met Antwerps accent en een hopeloos achterhaald en problematisch wereldbeeld?

Downloads

  • 2019.11.02 Torpedo in De Morgen.pdf
    • full text
    • |
    • open access
    • |
    • PDF
    • |
    • 597.69 KB

Citation

Please use this url to cite or link to this publication:

MLA
Soberon, Lennart, and Gertjan Willems. “‘Torpedo’: Zeeslagje Spelen Met Hollywood.” De Morgen, no. 2 november, 2019, pp. 23–23.
APA
Soberon, L., & Willems, G. (2019). “Torpedo”: zeeslagje spelen met Hollywood. De Morgen.
Chicago author-date
Soberon, Lennart, and Gertjan Willems. 2019. “‘Torpedo’: Zeeslagje Spelen Met Hollywood.” De Morgen.
Chicago author-date (all authors)
Soberon, Lennart, and Gertjan Willems. 2019. “‘Torpedo’: Zeeslagje Spelen Met Hollywood.” De Morgen.
Vancouver
1.
Soberon L, Willems G. “Torpedo”: zeeslagje spelen met Hollywood. De Morgen. 2019. p. 23–23.
IEEE
[1]
L. Soberon and G. Willems, “‘Torpedo’: zeeslagje spelen met Hollywood,” De Morgen, no. 2 november. pp. 23–23, 2019.
@misc{8634076,
  abstract     = {Een goed gevoel voor timing, zoveel is zeker. In dezelfde week dat Canvas met De kinderen van het verzet op zoek gaat naar waarom het verzet zo beperkt aanwezig is in het Vlaamse collectieve geheugen, verschijnt een nieuwe Vlaamse film Torpedo over, jawel, heroïsche verzetslui. In tegenstelling tot de Canvasreeks biedt het regiedebuut van Sven Huybrechts geen inzicht in historische gebeurtenissen en ervaringen. Het door A Team Productions geproduceerde Torpedo wil enkel een spectaculaire en grappige actiefilm zijn, met WO II als toevallige setting. Daar is op zich niets mis mee. Het archaïsch wereldbeeld is daarentegen wél problematisch.
Een ongeziene prestatie binnen de Vlaamse cinema, een film die met Hollywood kan wedijveren, zo klinkt het over Torpedo. Het is inderdaad een grootse en gedurfde film. Met een fractie van het budget van de gemiddelde Hollywoodfilm een visueel indrukwekkend oorlogsepos maken, dwingt respect af. Eenmaal voorbij het spierbalvertoon van de making-of, ontvouwt zich echter een ander verhaal. 
Natuurlijk is het geen grote verrassing dat testosteron de motor is van een film die handelt over een zootje ongeregeld dat erop uit is zoveel mogelijk nazi’s af te knallen. Meer opzienbarend is hoe in een tijdperk van #MeToo en debatten rond dekolonisatie een film zo zonneklaar uitpakt met racistische stereotypes en een betuttelend vrouwbeeld. Het haantjesgedrag van Stan (Koen de Bouw) en de andere alfamannen stuwt het dramatisch conflict. De enige vrouw met dialoog, Nadine (Ella-June Henrard), is wel strijdlustig, maar krijgt toch voornamelijk de keuze om als dochter, lustobject of echtgenote te fungeren. Uiteindelijk neemt ze vrede met een combinatie van dit alles. 
Wanneer de verzetslui naar Belgisch-Congo trekken, om van daaruit per onderzeeër enkele kisten met uranium naar de VS te vervoeren, komt Torpedo in aanraking met het Belgische koloniale verleden. Een Congolese bediende Jenga (Rudy Mukendi), stapt mee in de duikboot. De film doet enige moeite om onverdraagzaamheid te thematiseren via de verzoening tussen Jenga en het bemanningslid dat hem eerder uitkafferde voor ‘bananenman’ en ‘chocolaten aap’. Deze verzoenende noot klinkt echter vals, aangezien in de rest van de film Jenga enkel als exotisch spektakel geldt. Jenga’s opname in de groep is louter afhankelijk van zijn spierkracht, nodig voor het onderhoud van de duikboot. Door Jenga’s waarde als mens gelijk te stellen aan diens vermogen om arbeid te verrichten, maakt Torpedo zich schuldig aan exact diezelfde koloniale sentimenten die het tracht te hekelen.
De redenering dat dergelijke racistische representatie zou passen binnen de historische setting van Torpedo, gaat niet op. De film belooft immers dezelfde geschiedkundige getrouwheid als de gemiddelde Rode Ridder-strip, en bovendien is iedere historische film in de eerste plaats een product van de eigen tijd. Torpedo gehoorzaamt niet aan historische kennis noch aan een hedendaagse kritische blik. De film kent slechts één meester: de regels van de Amerikaanse genrecinema. 
Volgens regisseur Huybrechts is Torpedo geïnspireerd op Hollywoodklassiekers als The Dirty Dozen (1967), waarin een groep ‘men on a mission’ het opneemt tegen schijnbaar onoverwinbare obstakels. Hier ligt minstens een deel van de verklaring voor Torpedo’s problematische representatie. De film neemt niet alleen een aantal stilistische kenmerken over, ook de belegen ideologische laag wordt bijna klakkeloos gekopieerd. Het resultaat van deze verzoening tussen Amerikaanse genreconventies en de Vlaamse context is een ahistorisch amalgaan van machistische en racistische clichés. 
Torpedo tracht zich te onderscheiden van de Vlaamse film, en net als diens duikbootbemanning kijkt hij hoopvol richting VS. Lof voor Torpedo als ongezien in onze contreien gaat evenwel voorbij aan een belangrijke vraag: wat verlangen we precies van de Vlaamse cinema? Zeker, in een gezonde filmsector heeft commercieel gericht entertainment zijn plaats. Maar hebben we werkelijk nood aan films die ons hetzelfde serveren als wat we al zo vaak op ons bord krijgen, maar dan overgoten met Antwerps accent en een hopeloos achterhaald en problematisch wereldbeeld? },
  author       = {Soberon, Lennart and Willems, Gertjan},
  language     = {dut},
  number       = {2 november},
  pages        = {23--23},
  series       = {De Morgen},
  title        = {'Torpedo': zeeslagje spelen met Hollywood},
  url          = {https://www.demorgen.be/meningen/torpedo-zeeslagje-spelen-met-hollywood~b8ec209c8/},
  year         = {2019},
}