Advanced search
1 file | 614.21 KB

Toepassing van het knoop-plaatsmodel in Vlaanderen

Freke Caset (UGent)
Author
Organization
Abstract
Het afstemmen van mobiliteit op ruimtelijke ordening en omgekeerd blijkt een moeilijke opgave in Vlaanderen. De wijze waarop beide beleidsdomeinen de voorbije decennia zijn vormgegeven staat haaks op de principes die naar aanloop van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen worden geagendeerd. Dit onderzoek focust op twee van deze ruimtelijke principes: ‘ontwikkelen op knooppunten van collectief vervoer’ en ‘ontwikkelen op basis van de bestaande voorzieningengraad’. Beide principes worden geassocieerd met het stedenbouwkundig principe Transit Oriented Development (TOD). Vertrekkende vanuit het knoop-plaatsmodel van Bertolini (1999) worden in dit onderzoek alle treinstations in het Vlaamse en Brusselse spoornetwerk onder de loep genomen. In het model wordt de bereikbaarheid van en naar het knooppunt en de centraliteit in het netwerk geconfronteerd met de nabijheid van verschillende types voorzieningen, inwoners- en tewerkstellings-dichtheden en andere aspecten van de ruimtelijke structuur. Een dergelijke analyse laat toe om het verband tussen beide dimensies op systematische wijze voor elk knooppunt te visualiseren en te onderzoeken, en om verschillende types stationsbuurten te onderscheiden met het oog op het formuleren van ontwikkelingskansen voor strategische verdichting langsheen knooppunten van collectief vervoer. De eerste resultaten uit dit onderzoek lijken de evenwichtsassumptie uit Bertolini’s knoop-plaatsmodel voor Vlaanderen te bevestigen. Het merendeel van de stations bevindt zich immers in de ‘gebalanceerde’ gebieden van het model. Na verdere algemene observaties voor het Vlaams en Brussels Hoofdstedelijke Gewest, worden enkele knopen die duidelijk afwijken van dit generieke verband in meer detail toegelicht. Een discussie waarin enkele randvoorwaarden tot succesvolle implementatie van TOD-ingrepen, bedenkingen ten aanzien van duurzaam transportbeleid en toekomstige onderzoekslijnen worden geschetst, sluit het geheel af.
Keywords
knoop-plaatsmodel, transit-oriented development, mobiliteitsbeleid, ruimtelijke planning, Vlaanderen

Downloads

  • cvs 2016 FrekeCaset.pdf
    • full text
    • |
    • open access
    • |
    • PDF
    • |
    • 614.21 KB

Citation

Please use this url to cite or link to this publication:

Chicago
Caset, Freke. 2016. “Toepassing Van Het Knoop-plaatsmodel in Vlaanderen.” In Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, Bijdragen. Stichting Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS).
APA
Caset, F. (2016). Toepassing van het knoop-plaatsmodel in Vlaanderen. Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, Bijdragen. Presented at the Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk 2016, Stichting Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS).
Vancouver
1.
Caset F. Toepassing van het knoop-plaatsmodel in Vlaanderen. Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, Bijdragen. Stichting Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS); 2016.
MLA
Caset, Freke. “Toepassing Van Het Knoop-plaatsmodel in Vlaanderen.” Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, Bijdragen. Stichting Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS), 2016. Print.
@inproceedings{8501208,
  abstract     = {Het afstemmen van mobiliteit op ruimtelijke ordening en omgekeerd blijkt een moeilijke opgave in Vlaanderen. De wijze waarop beide beleidsdomeinen de voorbije decennia zijn vormgegeven staat haaks op de principes die naar aanloop van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen worden geagendeerd. Dit onderzoek focust op twee van deze ruimtelijke principes: {\textquoteleft}ontwikkelen op knooppunten van collectief vervoer{\textquoteright} en {\textquoteleft}ontwikkelen op basis van de bestaande voorzieningengraad{\textquoteright}. Beide principes worden geassocieerd met het stedenbouwkundig principe Transit Oriented Development (TOD). Vertrekkende vanuit het knoop-plaatsmodel van Bertolini (1999) worden in dit onderzoek alle treinstations in het Vlaamse en Brusselse spoornetwerk onder de loep genomen. In het model wordt de bereikbaarheid van en naar het knooppunt en de centraliteit in het netwerk geconfronteerd met de nabijheid van verschillende types voorzieningen, inwoners- en tewerkstellings-dichtheden en andere aspecten van de ruimtelijke structuur. Een dergelijke analyse laat toe om het verband tussen beide dimensies op systematische wijze voor elk knooppunt te visualiseren en te onderzoeken, en om verschillende types stationsbuurten te onderscheiden met het oog op het formuleren van ontwikkelingskansen voor strategische verdichting langsheen knooppunten van collectief vervoer. De eerste resultaten uit dit onderzoek lijken de evenwichtsassumptie uit Bertolini{\textquoteright}s knoop-plaatsmodel voor Vlaanderen te bevestigen. Het merendeel van de stations bevindt zich immers in de {\textquoteleft}gebalanceerde{\textquoteright} gebieden van het model. Na verdere algemene observaties voor het Vlaams en Brussels Hoofdstedelijke Gewest, worden enkele knopen die duidelijk afwijken van dit generieke verband in meer detail toegelicht. Een discussie waarin enkele randvoorwaarden tot succesvolle implementatie van TOD-ingrepen, bedenkingen ten aanzien van duurzaam transportbeleid en toekomstige onderzoekslijnen worden geschetst, sluit het geheel af. },
  author       = {Caset, Freke},
  booktitle    = {Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk, Bijdragen},
  keyword      = {knoop-plaatsmodel,transit-oriented development,mobiliteitsbeleid,ruimtelijke planning,Vlaanderen},
  language     = {dut},
  location     = {Zwolle, Nederland},
  pages        = {15},
  publisher    = {Stichting Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk (CVS)},
  title        = {Toepassing van het knoop-plaatsmodel in Vlaanderen},
  year         = {2016},
}