Advanced search
Add to list

MIND THE GAPS. RESULTATEN VAN EEN VLAAMSE SURVEY NAAR ICT-BEZIT EN -GEBRUIK VAN OUDEREN.

Violetta Jitomirskaya (UGent) , Bart Vanhaelewyn (UGent) , Daniël Biltereyst (UGent) and Stijn Joye (UGent)
(2016)
Author
Organization
Abstract
In de jaren 1990 kreeg het concept ‘digitale kloof’ een dichotome invulling (NTIA, 1998). De conceptualisering ervan gebeurde op basis van de tweedeling die ontstaat tussen deze die wel toegang hebben en deze die geen toegang hebben tot informatie- en communicatietechnologieën (ICTs) (Selwyn, 2004; van Dijk, 2005). Onderzoek zoomt vaak in op de verschillen tussen bevolkingsgroepen, waarbij dikwijls wordt gewezen op een kloof tussen ouderen en jongeren; lager en hoger opgeleiden; etnische minderheden en meerderheidsgroepen; en/of mensen met een lager en een hoger inkomen (Howard, Rainie & Jones, 2001; Madden, 2003; Hargittai & Hinnant, 2008). Hoewel leeftijd fungeert als één van de verklarende factoren, focust de literatuur rond de digitale kloof slechts in geringe mate op ouderen (Friemel, 2014; Loges & Jung, 2001) waarbij deze steevast worden afgezet tegenover jongeren (Selwyn, 2004; Zillien & Hargittai, 2009). De doelgroep ouderen wordt verder ook te ruim gedefinieerd qua gehanteerde leeftijdscategorie alsook te geïsoleerd onderzocht van andere variabelen zoals gender, opleidingsniveau en socio-economische status (Paul & Stegbauer, 2005). In deze paper wordt ingegaan op het al dan niet bestaan van interne (digitale) kloven binnen de heterogene groep van Vlaamse ouderen. Deze interne kloven worden getraceerd door de verschillen in bezit te bestuderen voor de volgende media: computer (laptop en desktop), internet, tablet en smartphone. De data in deze paper zijn afkomstig van een grootschalige survey waarin wordt gepeild naar mediabezit en –gebruik in Vlaanderen (Digimeter, 2014). In het kader van deze paper focussen we op de categorie van 50- tot 80-jarigen (N=883). Deze groep is verder opgedeeld in kleinere doelgroepen door volgende variabelen met elkaar te combineren: leeftijd (medioren: 50-64; senioren: 65-80), gender (man- vrouw) en opleidingsniveau (lager, midden en hoger opgeleiden). De resultaten tonen aan dat door de combinatie van kenmerken bepaalde interne kloven zichtbaar worden en andere dan weer verdwijnen. Wat het bezit van desktops en tablets betreft, zijn geen significante verschillen gevonden voor de combinatie van variabelen. Wel zijn leeftijds-, gender- en opleidingsverschillen merkbaar binnen de groep van 50- tot 80-jarigen. Voor laptopbezit hangt het effect van leeftijd samen met gender (p=0.001). De leeftijdskloof is groter bij vrouwen (medioren: 79.5%; senioren: 50%) dan bij mannen (medioren: 77.1%; senioren: 69.9%). De genderkloof bestaat dan weer enkel bij senioren. Voor smartphonebezit wordt het effect van leeftijd dan weer versterkt door het opleidingsniveau (p=0.035). In de groep van lager opgeleiden is de leeftijdskloof zo goed als onbestaande (medioren: 24.7%; senioren: 22.7%). Binnen de groep van midden opgeleide medioren bezit 50.4% een smartphone terwijl dit bij senioren slechts 32.8% is. Bij hoger opgeleiden is de kloof het grootst (medioren: 63%; senioren: 36.4%). Voor internetaansluiting zijn significante verschillen gevonden voor de combinatie van de drie variabelen: leeftijd, gender en opleidingsniveau. De grootste leeftijdskloof is zichtbaar binnen de groep van lager opgeleide vrouwen. Zo heeft slechts 52.3% van de vrouwelijke senioren aansluiting op het internet terwijl dit bij vrouwelijke medioren meer dan 90% is. De leeftijdskloof is verder zo goed als gedicht binnen de groep van midden en hoger opgeleide mannen. De genderkloof blijkt dan weer het grootst te zijn binnen de groep van lager opgeleide senioren (mannen: 79.4%; vrouwen: 52.4%). Dit neemt niet weg dat er eveneens maar wel een kleinere genderkloof zichtbaar is bij midden (mannen: 95.5%; vrouwen: 84.6%) en hoger opgeleide senioren (mannen: 100%; vrouwen: 86.3%). In de groep van medioren is de genderkloof dan weer zo goed als onbestaande voor alle opleidingsniveaus. Concluderend kan worden gesteld dat door de combinatie van variabelen andere interne kloven kunnen worden blootgelegd. Uit deze studie blijkt dat de meest ‘problematische’ groepen per medium variëren maar dat vrouwelijke senioren onafhankelijk van het opleidingsniveau kunnen worden aangeduid als de groep met de geringste toegang tot en bezit van ICTs. Dit is niet consistent met de literatuur aangezien uit onderzoek blijkt dat de genderkloof gedicht is op populatieniveau (Lenhart, 2000; Ono & Zavodny, 2003; Wasserman & Richmont-Abbott, 2005). Daarnaast moet ook worden opgemerkt dat de genderkloof samenhangt met leeftijd. In bestaand onderzoek ontbreekt steeds aandacht voor de heterogeniteit van de doelgroep ouderen. Besluiten dat ouderen de doelgroep van de digitale kloof zijn, stelt de beleidsmakers in een onmogelijke positie om deze problematiek aan te pakken omdat deze groep bijzonder groot en divers is. De bepaling van kleinere doelgroepen zal de haalbaarheid van de maatregelen alleen maar bevorderen.

Citation

Please use this url to cite or link to this publication:

MLA
Jitomirskaya, Violetta, Bart Vanhaelewyn, Daniël Biltereyst, et al. “Mind the Gaps. Resultaten Van Een Vlaamse Survey Naar Ict-bezit En -gebruik Van Ouderen.” 2016. Print.
APA
Jitomirskaya, V., Vanhaelewyn, B., Biltereyst, D., & Joye, S. (2016). MIND THE GAPS. RESULTATEN VAN EEN VLAAMSE SURVEY NAAR ICT-BEZIT EN -GEBRUIK VAN OUDEREN. Presented at the Etmaal van de Communicatiewetenschap.
Chicago author-date
Jitomirskaya, Violetta, Bart Vanhaelewyn, Daniël Biltereyst, and Stijn Joye. 2016. “Mind the Gaps. Resultaten Van Een Vlaamse Survey Naar Ict-bezit En -gebruik Van Ouderen.” In .
Chicago author-date (all authors)
Jitomirskaya, Violetta, Bart Vanhaelewyn, Daniël Biltereyst, and Stijn Joye. 2016. “Mind the Gaps. Resultaten Van Een Vlaamse Survey Naar Ict-bezit En -gebruik Van Ouderen.” In .
Vancouver
1.
Jitomirskaya V, Vanhaelewyn B, Biltereyst D, Joye S. MIND THE GAPS. RESULTATEN VAN EEN VLAAMSE SURVEY NAAR ICT-BEZIT EN -GEBRUIK VAN OUDEREN. 2016.
IEEE
[1]
V. Jitomirskaya, B. Vanhaelewyn, D. Biltereyst, and S. Joye, “MIND THE GAPS. RESULTATEN VAN EEN VLAAMSE SURVEY NAAR ICT-BEZIT EN -GEBRUIK VAN OUDEREN.,” presented at the Etmaal van de Communicatiewetenschap, Amsterdam, Netherlands, 2016.
@inproceedings{7081963,
  abstract     = {In de jaren 1990 kreeg het concept ‘digitale kloof’ een dichotome invulling (NTIA, 1998). De conceptualisering ervan gebeurde op basis van de tweedeling die ontstaat tussen deze die wel toegang hebben en deze die geen toegang hebben tot informatie- en communicatietechnologieën (ICTs) (Selwyn, 2004; van Dijk, 2005). Onderzoek zoomt vaak in op de verschillen tussen bevolkingsgroepen, waarbij dikwijls wordt gewezen op een kloof tussen ouderen en jongeren; lager en hoger opgeleiden; etnische minderheden en meerderheidsgroepen; en/of mensen met een lager en  een hoger inkomen (Howard, Rainie & Jones, 2001; Madden, 2003; Hargittai & Hinnant, 2008). Hoewel leeftijd fungeert als één van de verklarende factoren, focust de literatuur rond de digitale kloof slechts in geringe mate op ouderen (Friemel, 2014; Loges & Jung, 2001) waarbij deze steevast worden afgezet tegenover jongeren (Selwyn, 2004; Zillien & Hargittai, 2009). De doelgroep ouderen wordt verder ook te ruim gedefinieerd qua gehanteerde leeftijdscategorie alsook te geïsoleerd onderzocht van andere variabelen zoals gender, opleidingsniveau en socio-economische status (Paul & Stegbauer, 2005). 
In deze paper wordt ingegaan op het al dan niet bestaan van interne (digitale) kloven binnen de heterogene groep van Vlaamse ouderen. Deze interne kloven worden getraceerd door de verschillen in bezit te bestuderen voor de volgende media: computer (laptop en desktop), internet, tablet en smartphone. De data in deze paper zijn afkomstig van een grootschalige survey waarin wordt gepeild naar mediabezit en –gebruik in Vlaanderen (Digimeter, 2014). In het kader van deze paper focussen we op de categorie van 50- tot 80-jarigen (N=883). Deze groep is verder opgedeeld in kleinere doelgroepen door volgende variabelen met elkaar te combineren: leeftijd (medioren: 50-64; senioren: 65-80), gender (man- vrouw) en opleidingsniveau (lager, midden en hoger opgeleiden). 

De resultaten tonen aan dat door de combinatie van kenmerken bepaalde interne kloven zichtbaar worden en andere dan weer verdwijnen. Wat het bezit van desktops en tablets betreft, zijn geen significante verschillen gevonden voor de combinatie van variabelen. Wel zijn leeftijds-, gender- en opleidingsverschillen merkbaar binnen de groep van 50- tot 80-jarigen. Voor laptopbezit hangt het effect van leeftijd samen met gender (p=0.001). De leeftijdskloof is groter bij vrouwen (medioren: 79.5%; senioren: 50%) dan bij mannen (medioren: 77.1%; senioren: 69.9%). De genderkloof bestaat dan weer enkel bij senioren. Voor smartphonebezit wordt het effect van leeftijd dan weer versterkt door het opleidingsniveau (p=0.035). In de groep van lager opgeleiden is de leeftijdskloof zo goed als onbestaande (medioren: 24.7%; senioren: 22.7%). Binnen de groep van midden opgeleide medioren bezit 50.4% een smartphone terwijl dit bij senioren slechts 32.8% is. Bij hoger opgeleiden is de kloof het grootst (medioren: 63%; senioren: 36.4%). Voor internetaansluiting zijn significante verschillen gevonden voor de combinatie van de drie variabelen: leeftijd, gender en opleidingsniveau. De grootste leeftijdskloof is zichtbaar binnen de groep van lager opgeleide vrouwen. Zo heeft slechts 52.3% van de vrouwelijke senioren aansluiting op het internet terwijl dit bij vrouwelijke medioren meer dan 90% is. De leeftijdskloof is verder zo goed als gedicht binnen de groep van midden en hoger opgeleide mannen. De genderkloof blijkt dan weer het grootst te zijn binnen de groep van lager opgeleide senioren (mannen: 79.4%; vrouwen: 52.4%). Dit neemt niet weg dat er eveneens maar wel een kleinere genderkloof zichtbaar is bij midden (mannen: 95.5%; vrouwen: 84.6%) en hoger opgeleide senioren (mannen: 100%; vrouwen: 86.3%). In de groep van medioren is de genderkloof dan weer zo goed als onbestaande voor alle opleidingsniveaus. 
Concluderend kan worden gesteld dat door de combinatie van variabelen andere interne kloven kunnen worden blootgelegd. Uit deze studie blijkt dat de meest ‘problematische’ groepen per medium variëren maar dat vrouwelijke senioren onafhankelijk van het opleidingsniveau  kunnen worden aangeduid als de groep met de geringste toegang tot en bezit van ICTs. Dit is niet consistent met de literatuur aangezien uit onderzoek blijkt dat de genderkloof gedicht is op populatieniveau (Lenhart, 2000; Ono & Zavodny, 2003; Wasserman & Richmont-Abbott, 2005). Daarnaast moet ook worden opgemerkt dat de genderkloof samenhangt met leeftijd. In bestaand onderzoek ontbreekt steeds aandacht voor de heterogeniteit van de doelgroep ouderen. Besluiten dat ouderen de doelgroep van de digitale kloof zijn, stelt de beleidsmakers in een onmogelijke positie om deze problematiek aan te pakken omdat deze groep bijzonder groot en divers is. De bepaling van kleinere doelgroepen zal de haalbaarheid van de maatregelen alleen maar bevorderen.},
  author       = {Jitomirskaya, Violetta and Vanhaelewyn, Bart and Biltereyst, Daniël and Joye, Stijn},
  language     = {dut},
  location     = {Amsterdam, Netherlands},
  title        = {MIND THE GAPS. RESULTATEN VAN EEN VLAAMSE SURVEY NAAR ICT-BEZIT EN -GEBRUIK VAN OUDEREN.},
  year         = {2016},
}