Ghent University Academic Bibliography

Advanced

Characterization of putative immune evasion mechanisms of feline infectious peritonitis virus

Hannah Dewerchin UGent (2008)
abstract
Er bestaan twee types feliene coronavirussen: het felien enterisch coronavirus, of FECV, en het felien infectieuze peritonitis virus, of FIPV. Meestal gaat een FECV infectie onopgemerkt voorbij maar soms muteert FECV naar zijn hoog virulente tegenhanger: FIPV. Een infectie met FIPV veroorzaakt een chronische, meestal fatale peritonitis/vasculitis. Na decennia van onderzoek is het nog steeds niet geweten hoe FIPV een zo hevige ziekte kan opwekken en waarom het immuunsysteem van een kat een infectie niet kan overwinnen. Alhoewel de interacties tussen FIPV en het immuunsysteem van de gastheer nog slecht gekend zijn, is het duidelijk dat FIPV over een of meer immuno-evasie mechanismen moet beschikken. Daarom was het doel van deze thesis om de interacties van FIPV (en FECV) met de in vivo doelwitcel van FIPV, de feliene monocyt, te onderzoeken en om mogelijke immuno-evasie mechanisme(n) te identificeren en te karakteriseren. In eerste instantie werden de infectiekinetieken van FIPV bepaald in de in vivo doelwitcel, de monocyt. Verrassend genoeg werden drie infectiepatronen waargenomen, afhankelijk van de kat waaruit de monocyten waren geïsoleerd. In de monocyten van de eerste groep verliep een FIPV infectie progressief; in de tweede groep werden de monocyten wel geïnfecteerd maar de infectie was van korte duur; de monocyten van de derde groep waren niet vatbaar voor infectie. Daarentegen vertoonde FECV een gebrek aan lange termijn infectie en virusproductie, wat aan de basis kan liggen van het verschil in pathogenese bij FIPV en FECV. Een andere belangrijke observatie was dat ongeveer 50% van de FIPV (en FECV) geïnfecteerde monocyten de virale proteïnen efficiënt weerhield binnenin de cel. Deze intracellulaire retentie kan een immuno-evasie mechanisme zijn aangezien het antistof-afhankelijke herkenning van geïnfecteerde cellen kan verhinderen. Vervolgens werd bestudeerd wat er gebeurt met de 50% geïnfecteerde cellen die wel virale proteïnen tot expressie brengen, in de aanwezigheid van antistoffen. We zagen dat de membraan-gebonden virale eiwitten geïnternaliseerd werden via een heel efficiënt en snel proces waardoor er niet langer visueel detecteerbare antigenen aanwezig waren op de plasmamembraan. Deze antistof geïnduceerde internalisatie kan verklaren waarom de humorale immuunrespons niet werkzaam is tegen een FIPV infectie en is dus een mogelijk immuno-evasie mechanisme. In een derde deel werd de internalisatieweg en het erop volgende transport van de antigeen-antistof complexen gekarakteriseerd met behulp van biochemische, celbiologische en genetische methoden. Internalisatie in een cel kan op verscheidene manieren gebeuren. Er zijn 4 “klassieke” internalisatie wegen: fagocytose, macropinocytose, clathrine gemedieerde internalisatie en caveolae gemedieerde internalisatie en 4 minder goed gedefinieerde “niet-klassieke” internalisatie wegen. Er werd aangetoond dat de hier bestudeerde internalisatie weg onafhankelijk was van actine, clathrine, caveoline, rafts, dynamine, rho-GTPasen en fosfatidylinositol 3-kinase. Dit houdt in dat de antigeen-antistof complexen niet via één van de gekende internalisatie wegen geïnternaliseerd word, maar via een nieuwe weg. Aan de hand van colokalisatiekleuringen werd er verder aangetoond dat de antigeen-antistof com-plexen na internalisatie via de vroege en de late endosomen naar een niet-lysosomaal compartiment getransporteerd werden. Karakterisering toonde aan dat internalisatie en intracellulair transport afhankelijk waren van microtubuli maar niet van actine polymerisatie. Tenslotte werd onderzocht hoe de internalisatie en daaropvolgend intracellulair transport wordt gereguleerd. Dit werk werpt een nieuw licht op de pathogenese van FIP en opent perspectieven op het vinden van een nieuwe therapie.
Please use this url to cite or link to this publication:
author
promoter
UGent, UGent and UGent
organization
alternative title
Karakterisatie van potentiële immuno-evasie mechanismen van het feliene infectieuze peritonitis virus
year
type
dissertation (monograph)
subject
keyword
Feline infectious peritonitis virus, coronavirus, internalization, monocyte, immune evasion, myosin
pages
VIII, 181 pages
publisher
Ghent University. Faculty of Veterinary Medicine
place of publication
Merelbeke, Belgium
defense location
Merelbeke : Faculteit Diergeneeskunde (auditorium hoogbouw)
defense date
2008-06-02 14:00
ISBN
9789058641465
language
English
UGent publication?
yes
classification
D1
copyright statement
I have transferred the copyright for this publication to the publisher
id
531568
handle
http://hdl.handle.net/1854/LU-531568
date created
2009-03-26 13:19:46
date last changed
2013-11-04 13:34:47
@phdthesis{531568,
  abstract     = {Er bestaan twee types feliene coronavirussen: het felien enterisch coronavirus, of FECV, en het felien infectieuze peritonitis virus, of FIPV. Meestal gaat een FECV infectie onopgemerkt voorbij maar soms muteert FECV naar zijn hoog virulente tegenhanger: FIPV. Een infectie met FIPV veroorzaakt een chronische, meestal fatale peritonitis/vasculitis. Na decennia van onderzoek is het nog steeds niet geweten hoe FIPV een zo hevige ziekte kan opwekken en waarom het immuunsysteem van een kat een infectie niet kan overwinnen. Alhoewel de interacties tussen FIPV en het immuunsysteem van de gastheer nog slecht gekend zijn, is het duidelijk dat FIPV over een of meer immuno-evasie mechanismen moet beschikken.
Daarom was het doel van deze thesis om de interacties van FIPV (en FECV) met de in vivo doelwitcel van FIPV, de feliene monocyt, te onderzoeken en om mogelijke immuno-evasie mechanisme(n) te identificeren en te karakteriseren.
In eerste instantie werden de infectiekinetieken van FIPV bepaald in de in vivo doelwitcel, de monocyt. Verrassend genoeg werden drie infectiepatronen waargenomen, afhankelijk van de kat waaruit de monocyten waren ge{\"i}soleerd. In de monocyten van de eerste groep verliep een FIPV infectie progressief; in de tweede groep werden de monocyten wel ge{\"i}nfecteerd maar de infectie was van korte duur; de monocyten van de derde groep waren niet vatbaar voor infectie. Daarentegen vertoonde FECV een gebrek aan lange termijn infectie en virusproductie, wat aan de basis kan liggen van het verschil in pathogenese bij FIPV en FECV. Een andere belangrijke observatie was dat ongeveer 50\% van de FIPV (en FECV) ge{\"i}nfecteerde monocyten de virale prote{\"i}nen effici{\"e}nt weerhield binnenin de cel. Deze intracellulaire retentie kan een immuno-evasie mechanisme zijn aangezien het antistof-afhankelijke herkenning van ge{\"i}nfecteerde cellen kan verhinderen.
Vervolgens werd bestudeerd wat er gebeurt met de 50\% ge{\"i}nfecteerde cellen die wel virale prote{\"i}nen tot expressie brengen, in de aanwezigheid van antistoffen. We zagen dat de membraan-gebonden virale eiwitten ge{\"i}nternaliseerd werden via een heel effici{\"e}nt en snel proces waardoor er niet langer visueel detecteerbare antigenen aanwezig waren op de plasmamembraan. Deze antistof ge{\"i}nduceerde internalisatie kan verklaren waarom de humorale immuunrespons niet werkzaam is tegen een FIPV infectie en is dus een mogelijk immuno-evasie mechanisme. 
In een derde deel werd de internalisatieweg en het erop volgende transport van de antigeen-antistof complexen gekarakteriseerd met behulp van biochemische, celbiologische en genetische methoden. Internalisatie in een cel kan op verscheidene manieren gebeuren. Er zijn 4 {\textquotedblleft}klassieke{\textquotedblright} internalisatie wegen: fagocytose, macropinocytose, clathrine gemedieerde internalisatie en caveolae gemedieerde internalisatie en 4 minder goed gedefinieerde {\textquotedblleft}niet-klassieke{\textquotedblright} internalisatie wegen. Er werd aangetoond dat de hier bestudeerde internalisatie weg onafhankelijk was van actine, clathrine, caveoline, rafts, dynamine, rho-GTPasen en fosfatidylinositol 3-kinase. Dit houdt in dat de antigeen-antistof complexen niet via {\'e}{\'e}n van de gekende internalisatie wegen ge{\"i}nternaliseerd word, maar via een nieuwe weg. Aan de hand van colokalisatiekleuringen werd er verder aangetoond dat de antigeen-antistof com-plexen na internalisatie via de vroege en de late endosomen naar een niet-lysosomaal compartiment getransporteerd werden.
Karakterisering toonde aan dat internalisatie en intracellulair transport afhankelijk waren van microtubuli maar niet van actine polymerisatie. 
Tenslotte werd onderzocht hoe de internalisatie  en daaropvolgend intracellulair transport wordt gereguleerd.
Dit werk werpt een nieuw licht op de pathogenese van FIP en opent perspectieven op het vinden van een nieuwe therapie.},
  author       = {Dewerchin, Hannah},
  isbn         = {9789058641465},
  keyword      = {Feline infectious peritonitis virus,coronavirus,internalization,monocyte,immune evasion,myosin},
  language     = {eng},
  pages        = {VIII, 181},
  publisher    = {Ghent University. Faculty of Veterinary Medicine},
  school       = {Ghent University},
  title        = {Characterization of putative immune evasion mechanisms of feline infectious peritonitis virus},
  year         = {2008},
}

Chicago
Dewerchin, Hannah. 2008. “Characterization of Putative Immune Evasion Mechanisms of Feline Infectious Peritonitis Virus”. Merelbeke, Belgium: Ghent University. Faculty of Veterinary Medicine.
APA
Dewerchin, H. (2008). Characterization of putative immune evasion mechanisms of feline infectious peritonitis virus. Ghent University. Faculty of Veterinary Medicine, Merelbeke, Belgium.
Vancouver
1.
Dewerchin H. Characterization of putative immune evasion mechanisms of feline infectious peritonitis virus. [Merelbeke, Belgium]: Ghent University. Faculty of Veterinary Medicine; 2008.
MLA
Dewerchin, Hannah. “Characterization of Putative Immune Evasion Mechanisms of Feline Infectious Peritonitis Virus.” 2008 : n. pag. Print.