Ghent University Academic Bibliography

Advanced

Voorbereiden op het beroepsleven. De thematisering van functie- en prestatierelaties in het opvoedingssysteem

Raf Vanderstraeten UGent (1994)
abstract
Discussies over de relatie studie-beroep ontlokken in pedagogische middens zeer uiteenlopende reacties. Door de veralgemening van de notie 'beroepsvoorbereiding' lijken immers klassieke pedagogische idealen en classificatieschema's (zoals de tweedeling algemeen vormend-beroepsvormend) in het gedrang te komen. De pedagogische traditie wordt in dat licht thans zowel op haar actuele geldigheid onderzocht als ingeroepen om de huidige situatie te bekritiseren en/of nieuwe 'demonen' te bezweren. Ondanks die hernieuwde belangstelling voor de 'grote denkers' en de ideeën en idealen die zij formuleerden, blijven studies ontbreken over evoluties in de wijze waarop pedagogische problemen werden/worden gesteld en aangepakt. Ook en precies voor centrale thema's zoals de eigenheid en de beroepsvoorbereidende taken van opvoeding en onderwijs mankeert nog steeds een nauwkeurig overzicht van de voorgeschiedenis van het huidige debat of van de gronden voor de theoretische opties die de aanpak van deze problemen in de ene of de andere richting gestuurd hebben. Tegen de achtergrond van die opvallende leemte werd de vraagstelling uitgewerkt voor deze studie: welke evolutie kan aangaande de pedagogische thematisering van de relatie opvoeding/onderwijs arbeidsmarkt en van de eigenheid van het opvoedingsgebeuren onderkend worden? De wijze waarop die evolutionaire sequentie in het gezichtsveld verschijnt, hangt vanzelfsprekend onlosmakelijk samen met het theoretisch raamwerk waarmee geobserveerd wordt. Wij opteerden ervoor om deze ontwikkeling op grond van het werk van Niklas Luhmann systeemtheoretisch te analyseren. Deel I van de studie is gewijd aan het 'Luhmanniaans' onderzoekskader; in deel II worden de onderzoeksbevindingen gerapporteerd. Luhmanns theorie ontwikkelt zich langsheen twee pistes: een algemene theorie van sociale systemen en een theorie van de moderne samenleving. Beide pistes worden resp. in hoofdstuk 3 en 4 toegelicht. De algemene theorie beschrijft alle systemen als autopoietische (d.w.z. zelf-producerende) systemen. Opvoeding en onderwijs worden in dat licht op dezelfde wijze en met hetzelfde begripsinstrumentarium als economie, wetenschap, politiek, kunst, ... in kaart gebracht. Luhmanns analyse van de moderne maatschappij anderzijds stoelt op een theorie van socio-structurele differentiatie. Kernpunt van het desbetreffend betoog luidt dat de middeleeuwse standenmaatschappij in de loop van de 17de en 18de eeuw naar een moderne, functioneel gedifferentieerde samenleving evolueert. Volgens Luhmann noodzaakt die structurele evolutie functiesystemen ertoe om naast hun maatschappelijke functie ook de prestatierelaties t.o.v. de andere maatschappelijke deelsystemen te thematiseren en autopoietisch te controleren. Ter afsluiting van deel I wordt vanuit dit perspectief de 'weg-naar' de beantwoording van de geformuleerde onderzoeksvraag nader gepreciseerd. In de presentatie van de onderzoeksgegevens in deel II worden drie grote periodes onderscheiden. In hoofdstuk 5 wordt eerst halt gehouden bij de beginnende uitdifferentiatie en verzelfstandiging van het opvoedingssysteem. Nadien wordt beschreven hoe doorheen dat proces van autonomisering de pedagogische reflectie gestimuleerd wordt. Functie en prestatie blijken in de filantropijnse Verlichtingspedagogiek in termen van resp. volmaaktheid en bruikbaarheid geformuleerd te worden. Hoofdstuk 6 beslaat historisch een lange periode. De kern van het daarin ontvouwde betoog luidt dat vorming, als vorm van de innerlijke relatie met de wereld, rond 1800 de plaats van idée directrice van het opvoedingssysteem inneemt. Von Humboldt verbant aanvankelijk beroepsvoorbereiding volledig naar aparte scholen, die na het algemeen vormend onderwijs volgen. Vanaf Schleiermacher, en daarna uitgesprokener in het eerste kwartaal van de 20ste eeuw, mildert men de tegenstelling tussen algemene vorming en beroepsvorming. Er ontstaat tenslotte een vormingsbegrip dat algemene en beroepsgerichte vorming overkoepelt. In de slotparagrafen van dit hoofdstuk wordt betoogd dat die betekenisuitdeining uiteindelijk aan het vormingsideaal zijn distinctieve kenmerken ontneemt. In het laatste hoofdstuk van deel II (hoofdstuk 7) wordt gepoogd om de actuele situatie systeemtheoretisch te analyseren. Vanaf de jaren '70 krijgen, zo blijkt, uitdrukkingen als 'leervaardigheid' en 'leren leren' het karakter van kernwoorden in de pedagogische reflectietheorie. Zij vervangen het vormingsbegrip als idée directrice. De relatie tussen functie en prestatie wordt vervolgens getypeerd als verhouding tussen leren en kunnen/weten. Anderzijds krijgt de formule 'leren leren' in de context van alsmaar versnellende specialisatie en verandering van beroepsprofielen vooral als voorbereiding op het beroepsleven relevantie. De deel II afsluitende appendix diept tenslotte het domein van onderwijsplanning verder uit. Daarbij worden eerst de beide klassieke benaderingen van onderwijsplanning, manpower planning en sociale vraag benadering, gekarakteriseerd en met behulp van het begrip 'zelfreferentie' ontleed. Nadien wordt op grond van die bevindingen een aanzet geformuleerd tot een theoretisch en praktisch meer vruchtbare benadering van planmatig onderwijsbeleid.
Please use this url to cite or link to this publication:
author
promoter
Willy Wielemans
organization
year
type
dissertation (monograph)
place of publication
Leuven
defense location
Leuven
defense date
1994-07-07 10:00
language
Dutch
UGent publication?
yes
classification
D1
id
505929
handle
http://hdl.handle.net/1854/LU-505929
date created
2009-02-26 15:23:08
date last changed
2009-03-02 09:00:23
@phdthesis{505929,
  abstract     = {Discussies over de relatie studie-beroep ontlokken in pedagogische middens zeer uiteenlopende reacties.  Door de veralgemening van de notie 'beroepsvoorbereiding' lijken immers klassieke pedagogische idealen en classificatieschema's (zoals de tweedeling algemeen vormend-beroepsvormend) in het gedrang te komen.  De pedagogische traditie wordt in dat licht thans zowel op haar actuele geldigheid onderzocht als ingeroepen om de huidige situatie te bekritiseren en/of nieuwe 'demonen' te bezweren.
Ondanks die hernieuwde belangstelling voor de 'grote denkers' en de idee{\"e}n en idealen die zij formuleerden, blijven studies ontbreken over evoluties in de wijze waarop pedagogische problemen werden/worden gesteld en aangepakt.  Ook en precies voor centrale thema's zoals de eigenheid en de beroepsvoorbereidende taken van opvoeding en onderwijs mankeert nog steeds een nauwkeurig overzicht van de voorgeschiedenis van het huidige debat of van de gronden voor de theoretische opties die de aanpak van deze problemen in de ene of de andere richting gestuurd hebben.  Tegen de achtergrond van die opvallende leemte werd de vraagstelling uitgewerkt voor deze studie: welke evolutie kan aangaande de pedagogische thematisering van de relatie opvoeding/onderwijs arbeidsmarkt en van de eigenheid van het opvoedingsgebeuren onderkend worden?  De wijze waarop die evolutionaire sequentie in het gezichtsveld verschijnt, hangt vanzelfsprekend onlosmakelijk samen met het theoretisch raamwerk waarmee geobserveerd wordt.  Wij opteerden ervoor om deze ontwikkeling op grond van het werk van Niklas Luhmann systeemtheoretisch te analyseren.  Deel I van de studie is gewijd aan het 'Luhmanniaans' onderzoekskader; in deel II worden de onderzoeksbevindingen gerapporteerd.
Luhmanns theorie ontwikkelt zich langsheen twee pistes: een algemene theorie van sociale systemen en een theorie van de moderne samenleving.  Beide pistes worden resp. in hoofdstuk 3 en 4 toegelicht.  De algemene theorie beschrijft alle systemen als autopoietische (d.w.z. zelf-producerende) systemen.  Opvoeding en onderwijs worden in dat licht op dezelfde wijze en met hetzelfde begripsinstrumentarium als economie, wetenschap, politiek, kunst, ... in kaart gebracht.  Luhmanns analyse van de moderne maatschappij anderzijds stoelt op een theorie van socio-structurele differentiatie.  Kernpunt van het desbetreffend betoog luidt dat de middeleeuwse standenmaatschappij in de loop van de 17de en 18de eeuw naar een moderne, functioneel gedifferentieerde samenleving evolueert.  Volgens Luhmann noodzaakt die structurele evolutie functiesystemen ertoe om naast hun maatschappelijke functie ook de prestatierelaties t.o.v. de andere maatschappelijke deelsystemen te thematiseren en autopoietisch te controleren.  Ter afsluiting van deel I wordt vanuit dit perspectief de 'weg-naar' de beantwoording van de geformuleerde onderzoeksvraag nader gepreciseerd.
In de presentatie van de onderzoeksgegevens in deel II worden drie grote periodes onderscheiden.  In hoofdstuk 5 wordt eerst halt gehouden bij de beginnende uitdifferentiatie en verzelfstandiging van het opvoedingssysteem.  Nadien wordt beschreven hoe doorheen dat proces van autonomisering de pedagogische reflectie gestimuleerd wordt.  Functie en prestatie blijken in de filantropijnse Verlichtingspedagogiek in termen van resp. volmaaktheid en bruikbaarheid geformuleerd te worden.
Hoofdstuk 6 beslaat historisch een lange periode.  De kern van het daarin ontvouwde betoog luidt dat vorming, als vorm van de innerlijke relatie met de wereld, rond 1800 de plaats van id{\'e}e directrice van het opvoedingssysteem inneemt.  Von Humboldt verbant aanvankelijk beroepsvoorbereiding volledig naar aparte scholen, die na het algemeen vormend onderwijs volgen.  Vanaf Schleiermacher, en daarna uitgesprokener in het eerste kwartaal van de 20ste eeuw, mildert men de tegenstelling tussen algemene vorming en beroepsvorming.  Er ontstaat tenslotte een vormingsbegrip dat algemene en beroepsgerichte vorming overkoepelt.  In de slotparagrafen van dit hoofdstuk wordt betoogd dat die betekenisuitdeining uiteindelijk aan het vormingsideaal zijn distinctieve kenmerken ontneemt.
In het laatste hoofdstuk van deel II (hoofdstuk 7) wordt gepoogd om de actuele situatie systeemtheoretisch te analyseren.  Vanaf de jaren '70 krijgen, zo blijkt, uitdrukkingen als 'leervaardigheid' en 'leren leren' het karakter van kernwoorden in de pedagogische reflectietheorie.  Zij vervangen het vormingsbegrip als id{\'e}e directrice.  De relatie tussen functie en prestatie wordt vervolgens getypeerd als verhouding tussen leren en kunnen/weten.  Anderzijds krijgt de formule 'leren leren' in de context van alsmaar versnellende specialisatie en verandering van beroepsprofielen vooral als voorbereiding op het beroepsleven relevantie.
De deel II afsluitende appendix diept tenslotte het domein van onderwijsplanning verder uit.  Daarbij worden eerst de beide klassieke benaderingen van onderwijsplanning, manpower planning en sociale vraag benadering, gekarakteriseerd en met behulp van het begrip 'zelfreferentie' ontleed.  Nadien wordt op grond van die bevindingen een aanzet geformuleerd tot een theoretisch en praktisch meer vruchtbare benadering van planmatig onderwijsbeleid.},
  author       = {Vanderstraeten, Raf},
  language     = {dut},
  school       = {Ghent University},
  title        = {Voorbereiden op het beroepsleven. De thematisering van functie- en prestatierelaties in het opvoedingssysteem},
  year         = {1994},
}

Chicago
Vanderstraeten, Raf. 1994. “Voorbereiden Op Het Beroepsleven. De Thematisering Van Functie- En Prestatierelaties in Het Opvoedingssysteem”. Leuven.
APA
Vanderstraeten, R. (1994). Voorbereiden op het beroepsleven. De thematisering van functie- en prestatierelaties in het opvoedingssysteem. Leuven.
Vancouver
1.
Vanderstraeten R. Voorbereiden op het beroepsleven. De thematisering van functie- en prestatierelaties in het opvoedingssysteem. [Leuven]; 1994.
MLA
Vanderstraeten, Raf. “Voorbereiden Op Het Beroepsleven. De Thematisering Van Functie- En Prestatierelaties in Het Opvoedingssysteem.” 1994 : n. pag. Print.