Advanced search
1 file | 4.19 MB

Naar een 'nieuwe industrialisering' van en voor de metaalsector: een kringloopeconomie binnen de context van duurzame ontwikkeling

(2013)
Author
Organization
Abstract
Het streven naar een ‘nieuwe industrialisering’ in Europa/België/Vlaanderen staat op de politieke agenda. De studie in opdracht van ABVV-Metaal past binnen deze context. De vraag werd gesteld na te gaan welke concrete mogelijkheden er in dat verband in Vlaanderen zijn voor de subsectoren van de metaalsector. Op welke concrete niches moeten/kunnen bedrijven zich op een duurzame manier focussen? Hierbij werd ook gevraagd rekening te houden met de fundamentele vraag hoe maatschappelijke systemen zoals wonen, produceren, mobiliteit, energie … op langere termijn op ingrijpende wijze herschikt kunnen worden. Hoe kan deze modernisering m.a.w. worden bewerkstelligd? * * * * * In Hoofdstuk 1 worden de uitdagingen voor de wereldgemeenschap én België/Vlaanderen geschetst, vertrekkend van 10 zogenoemde wereldwijde megaforces die in de komende twintig jaar een impact zullen hebben op productie- en consumptiepatronen van onze samenleving: energie en brandstof, klimaatverandering, grondstoffenschaarste, waterschaarste, bevolkingsgroei, welvaart, verstedelijking, voedselveiligheid, achteruitgang van ecosystemen, ontbossing. De gegevens die de trends schetsen komen uit internationale rapporten. De megaforce ‘grondstoffenschaarste’, in het bijzonder voor wat betreft de (zeldzame) (aard-)metalen, wordt in een uitgebreide bijlage verder geanalyseerd. Ongelijkheid, uitgedrukt als de toenemende kloof tussen arm en rijk, tussen landen, in landen en tussen alle bewoners van de aarde wordt als belangrijke bezorgdheid toegevoegd aan de lijst van megaforces. Vervolgens wordt kort duiding gegeven bij ‘duurzame ontwikkeling’ en ‘groene ‘economie’. Het belang van het in kaart brengen van waardeketens/levenscycli van producten en diensten wordt beklemtoond. Ook op het transitie-denken wordt ingegaan door begrippen als ‘backcasting’, ‘systeeminnovatie’, ‘ontkoppeling en dematerialisatie’, ‘transitiemanagement’ … te duiden. De uitdagingen gekoppeld aan een nieuwe kijk op de ontwikkeling van onze samenleving brengt de auteurs bij de noodzaak systematisch, samenhangend en volhoudend een kringloopeconomie op te zetten in pan-Europees verband. De complexiteit hiervan wordt geïllustreerd aan de hand van het zogenoemde ‘metaalwiel’. Ook de gevolgen voor het Globale Zuiden worden kort geschetst. Het eerste hoofdstuk eindigt met een reflectie over the commons waarbij ‘collectieve actie’ naar voor wordt geschoven. * * * * * Hoofdstuk 2 schetst het economische, sociale en ecologische profiel van (de subsectoren van) de metaalsector in België/Vlaanderen en in verhouding tot de ontwikkelingen binnen de Europese Unie. Voor wat betreft het eigen land wordt bijzondere aandacht besteed aan de relatie met andere sectoren door analyse van input/output-tabellen. Vooreerst kan worden vastgesteld dat – een aantal uitzonderingen niet te na gesproken – op basis van de productie-index België/Vlaanderen het t.o.v. 2005 beter doet dan de Europese trend. In een aantal subsectoren heeft er de laatste jaren trouwens een inhaalbeweging plaatsgevonden, terwijl de andere (eerder hoogtechnologische) subsectoren achterop zijn geraakt. Dit vertaalt zich trouwens in termen van bruto toegevoegde waarde en tewerkstelling (en in bepaalde mate voor de export). Hieruit volgt dat de eerder klassieke sectoren nog steeds in belangrijk mate toegevoegde waarde leveren voor België en Vlaanderen. Merk verder op dat de grootste omzet (ong. 5/6 van het totaal) en de meest werknemers (ong. 3/4 van het totaal) kunnen genoteerd worden in bedrijven waar de vakbond een belangrijke rol speelt, t.t.z. bedrijven van meer dan 50 werknemers. Voor wat betreft de megaforces ‘energie en brandstof’ én ‘klimaatverandering’ is er maar licht vooruitgang geboekt t.o.v. het referentiejaar 1990. De eerste uitdaging is verbonden met bevoorradingszekerheid en prijs, de tweede (klimaatverandering) heeft te maken met een realiteit en met internationale afspraken. Andere emissies naar lucht zijn – met uitzondering van NOX en Cadmium – in de voorbije tien jaar sterk verbeterd. Specifieke en gedetailleerde gegevens over grondstoffen- en waterverbruik zijn niet voorhanden. Inherent aan de metaalsector – zeker vanuit het perspectief van de waardeketen/levenscyclus – is het gebruik van grondstoffen (en energie) echter belangrijk. Het industrieel waterverbruik is in de metaalsector met een derde gedaald in de periode 2000-2010. Ook de vuilvracht van de waterlozingen zijn behoorlijk verminderd. Als het gaat om mogelijke problemen inzake ‘milieu en (volks)gezondheid’ dan worden (zeldzame) (aard)metalen blijkbaar niet opgevolgd in Vlaanderen/België. Algemeen in Vlaanderen en voor de industrie als geheel zijn er voorzichtige tekenen van ontkoppeling tussen enerzijds economische groei en anderzijds het gebruik van energie en de uitstoot van broeikasgassen. De metaalsector zelf vertoont dit beeld – vooralsnog - niet. * * * * * Op basis van de gegevens uit de vorige twee hoofdstukken wordt in Hoofdstuk 3 een SWOT-analyse van de metaalsector uitgevoerd binnen een context van duurzame ontwikkeling: sterktes en zwaktes worden opgelijst, opportuniteiten en bedreigingen worden naar voor geschoven. Het zal de basis vormen om in het volgende hoofdstuk een concrete aanpak te formuleren. Interessant is ook om de resultaten van deze SWOT-analyse af te wegen ten opzichte van de uitkomst van een ‘klassieke’ SWOT-analyse enige tijd geleden uitgevoerd voor de ‘maakindustrie’ in opdracht van werkgeversorganisaties. Er zijn parallellen te trekken, maar er zijn vanzelfsprekend ook verschillen te noteren. De belangrijkste reden hiervoor is dat de laatst genoemde analyse het huidig wereldsysteem als toetssteen neemt, terwijl in dit rapport – na onderzoek van internationale wetenschappelijke rapporten - een kringloopeconomie binnen een context van duurzame ontwikkeling als uitgangspunt wordt genomen. Tot slot wordt de specifieke kwetsbaarheid van ondernemingen in de subsectoren van de metaalsector geanalyseerd, in het bijzonder voor wat betreft inzake de bevoorradingszekerheid van de (zeldzame) (aard)metalen (en energie) worden de risico’s gekoppeld aan subsectoren van de metaalsector. De samenvattende tabel geeft een mogelijk risico, dat niet mag onderschat worden, voor de betrokken NACE-afdeling én de bedrijven die er onder vallen. Het is duidelijk dat zonder gedetailleerde informatie over de materiaalstromen in de betrokken onderneming geen absolute uitspraak kan worden gedaan. Toch waarschuwen de auteurs ook voor de omgekeerde redenering: het is niet omdat het beschreven (zeldzame) (aard)metaal niet voorkomt in de producten van de onderneming dat er geen (ernstig) risico is en wel omwille van volgende redenen: • deze of andere (zeldzame) (aard)metalen kunnen stroomopwaarts of stroomafwaarts de waardeketen een (ernstig) risico vormen, ook in de machines die producten maken; de levenscyclus-benadering is dus belangrijk; • de risico-inschatting in dit rapport is gebaseerd op een aantal internationale wetenschappelijke rapporten, maar over sommige andere (zeldzame) (aard)metalen is er nog weinig tot geen informatie voor Europa/België/Vlaanderen. De auteurs bevelen aan deze benadering te gebruiken om een doelgericht screening-instrument op te maken. In de bijlage aan het rapport wordt – ten titel van voorbeeld - nog een andere benadering gevolgd. Naast de kwetsbaarheid van een (sub)sector is er ook de mogelijkheid dat een streek in België/Vlaanderen – bijvoorbeeld met een grote concentratie aan bedrijven uit de metaalsector – zwaar zou te lijden hebben onder de impact van bepaalde megaforces. Steeds wordt de waardeketen (cf. ‘life cycle thinking’) meegenomen in het identificeren van de mogelijke risico’s. * * * * * In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op een concrete aanpak gericht op een gewenste toekomst. Vooreerst worden twee pertinente vragen aan ABBV Metaal gesteld: 1. in hoeverre wil de vakbond (opnieuw/verder) actief (financieel) participeren in de organisatie van de productie en de consumptie in onze samenleving? 2. wil de vakbond bestaande financiële middelen waar zij (mede)beslissingsrecht heeft heroriënteren met het oog op een kringloopeconomie? Elk van die vragen wordt geduid, o.a. aan de hand van voorbeelden (uit het buitenland). Vervolgens worden mogelijke initiatieven op de korte/middellange termijn (2015-2020) naar voor geschoven. Het uitgangspunt is het streven naar de operationalisering van een kringloopeconomie. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen voorstellen tot initiatief die de vakbond kan opnemen, de overheid kan uitvoeren of via meerdere stakeholders realiteit kunnen worden. Het zijn initiatieven die betrekking hebben op de opbouw van producten (cf. de huidige industrie), de afbraak van producten (cf. het sluiten van de kringloop) of beide. Het gaat in de eerste plaats om no regret maatregelen op korte/middellange termijn. Centraal staat het anticiperen op wat onder invloed van de megaforces komen gaat. Het vermijden van sociale schokgolven doorheen de samenleving is immers inherent aan de missie van de vakbond. Op het einde van het hoofdstuk worden kort nog enkele mogelijke processen voorgesteld gericht op de middellange/lange termijn (2020-2030). * * * * * Dit rapport dient als basis om mede het 2de Statutair Congres van ABVV-Metaal voor te bereiden dat doorgaat op 21-22 november 2013 onder de titel ‘Vakbond 2.0: van uitdaging naar verandering’. De mondelinge toelichting bij het rapport (en de samenvatting op hoofdlijnen) en de discussies die aan het congres voorafgaan, zouden de deelnemers in staat moeten stellen om via de resoluties duidelijke keuzes te maken. Daarmee zal het werk niet af zijn. Vanaf de morning after zullen de syndicale afgevaardigden en de vakbondsvertegenwoordigers op elk niveau – gaande van onderneming tot het paritair comité én van de provincie via Vlaanderen over België tot de Europese Unie – volhoudend hierover in interactie moeten gaan. Andere analyses, bijv. inzake politieke en economische machtsverhoudingen, zullen dit rapport moeten aanvullen. Uit de onderbouwing in het rapport blijkt dat het hoogdringend is om te ageren en de maatschappelijke uitdagingen aan te pakken: dit is onze verantwoordelijkheid ten opzichte van onze kinderen en kleinkinderen.
Keywords
transitie, kringloopeconomie, industrialisering, metalen, metaalsector, vakbond, overheid, schaarste, kwetsbaarheid, weerbaarheid, duurzaamheid, duurzame ontwikkeling

Downloads

  • ABVV Metaal - nieuwe industrialisering - eindrapport - versie website.pdf
    • full text
    • |
    • open access
    • |
    • PDF
    • |
    • 4.19 MB

Citation

Please use this url to cite or link to this publication:

Chicago
Mazijn, Bernard, and Sander Devriendt. 2013. “Naar Een ‘Nieuwe Industrialisering’ Van En Voor De Metaalsector: Een Kringloopeconomie Binnen De Context Van Duurzame Ontwikkeling”. Brussel: ABVV Metaal.
APA
Mazijn, Bernard, & Devriendt, S. (2013). Naar een “nieuwe industrialisering” van en voor de metaalsector: een kringloopeconomie binnen de context van duurzame ontwikkeling. Brussel: ABVV Metaal.
Vancouver
1.
Mazijn B, Devriendt S. Naar een “nieuwe industrialisering” van en voor de metaalsector: een kringloopeconomie binnen de context van duurzame ontwikkeling. Brussel: ABVV Metaal; 2013.
MLA
Mazijn, Bernard, and Sander Devriendt. “Naar Een ‘Nieuwe Industrialisering’ Van En Voor De Metaalsector: Een Kringloopeconomie Binnen De Context Van Duurzame Ontwikkeling.” 2013 : n. pag. Print.
@misc{4270095,
  abstract     = {Het streven naar een {\textquoteleft}nieuwe industrialisering{\textquoteright} in Europa/Belgi{\"e}/Vlaanderen staat op de politieke agenda. De studie in opdracht van ABVV-Metaal past binnen deze context. De vraag werd gesteld na te gaan welke concrete mogelijkheden er in dat verband in Vlaanderen zijn voor de subsectoren van de metaalsector. Op welke concrete niches moeten/kunnen bedrijven zich op een duurzame manier focussen? Hierbij werd ook gevraagd rekening te houden met de fundamentele vraag hoe maatschappelijke systemen zoals wonen, produceren, mobiliteit, energie {\textellipsis} op langere termijn op ingrijpende wijze herschikt kunnen worden. Hoe kan deze modernisering m.a.w. worden bewerkstelligd?
* * * * *
In Hoofdstuk 1 worden de uitdagingen voor de wereldgemeenschap {\'e}n Belgi{\"e}/Vlaanderen geschetst, vertrekkend van 10 zogenoemde wereldwijde megaforces die in de komende twintig jaar een impact zullen hebben op productie- en consumptiepatronen van onze samenleving: energie en brandstof, klimaatverandering, grondstoffenschaarste, waterschaarste, bevolkingsgroei, welvaart, verstedelijking, voedselveiligheid, achteruitgang van ecosystemen, ontbossing. De gegevens die de trends schetsen komen uit internationale rapporten. De megaforce {\textquoteleft}grondstoffenschaarste{\textquoteright}, in het bijzonder voor wat betreft de (zeldzame) (aard-)metalen, wordt in een uitgebreide bijlage verder geanalyseerd. Ongelijkheid, uitgedrukt als de toenemende kloof tussen arm en rijk, tussen landen, in landen en tussen alle bewoners van de aarde wordt als belangrijke bezorgdheid toegevoegd aan de lijst van megaforces.
Vervolgens wordt kort duiding gegeven bij {\textquoteleft}duurzame ontwikkeling{\textquoteright} en {\textquoteleft}groene {\textquoteleft}economie{\textquoteright}. Het belang van het in kaart brengen van waardeketens/levenscycli van producten en diensten wordt beklemtoond. Ook op het transitie-denken wordt ingegaan door begrippen als {\textquoteleft}backcasting{\textquoteright}, {\textquoteleft}systeeminnovatie{\textquoteright}, {\textquoteleft}ontkoppeling en dematerialisatie{\textquoteright}, {\textquoteleft}transitiemanagement{\textquoteright} {\textellipsis} te duiden.
De uitdagingen gekoppeld aan een nieuwe kijk op de ontwikkeling van onze samenleving brengt de auteurs bij de noodzaak systematisch, samenhangend en volhoudend een kringloopeconomie op te zetten in pan-Europees verband. De complexiteit hiervan wordt ge{\"i}llustreerd aan de hand van het zogenoemde {\textquoteleft}metaalwiel{\textquoteright}. Ook de gevolgen voor het Globale Zuiden worden kort geschetst. Het eerste hoofdstuk eindigt met een reflectie over the commons waarbij {\textquoteleft}collectieve actie{\textquoteright} naar voor wordt geschoven.
* * * * *
Hoofdstuk 2 schetst het economische, sociale en ecologische profiel van (de subsectoren van) de metaalsector in Belgi{\"e}/Vlaanderen en in verhouding tot de ontwikkelingen binnen de Europese Unie. Voor wat betreft het eigen land wordt bijzondere aandacht besteed aan de relatie met andere sectoren door analyse van input/output-tabellen.
Vooreerst kan worden vastgesteld dat -- een aantal uitzonderingen niet te na gesproken -- op basis van de productie-index Belgi{\"e}/Vlaanderen het t.o.v. 2005 beter doet dan de Europese trend. In een aantal subsectoren heeft er de laatste jaren trouwens een inhaalbeweging plaatsgevonden, terwijl de andere (eerder hoogtechnologische) subsectoren achterop zijn geraakt. Dit vertaalt zich trouwens in termen van bruto toegevoegde waarde en tewerkstelling (en in bepaalde mate voor de export). Hieruit volgt dat de eerder klassieke sectoren nog steeds in belangrijk mate toegevoegde waarde leveren voor Belgi{\"e} en Vlaanderen.
Merk verder op dat de grootste omzet (ong. 5/6 van het totaal) en de meest werknemers (ong. 3/4 van het totaal) kunnen genoteerd worden in bedrijven waar de vakbond een belangrijke rol speelt, t.t.z. bedrijven van meer dan 50 werknemers.
Voor wat betreft de megaforces {\textquoteleft}energie en brandstof{\textquoteright} {\'e}n {\textquoteleft}klimaatverandering{\textquoteright} is er maar licht vooruitgang geboekt t.o.v. het referentiejaar 1990. De eerste uitdaging is verbonden met bevoorradingszekerheid en prijs, de tweede (klimaatverandering) heeft te maken met een realiteit en met internationale afspraken. Andere emissies naar lucht zijn -- met uitzondering van NOX en Cadmium -- in de voorbije tien jaar sterk verbeterd. Specifieke en gedetailleerde gegevens over grondstoffen- en waterverbruik zijn niet voorhanden. Inherent aan de metaalsector -- zeker vanuit het perspectief van de waardeketen/levenscyclus -- is het gebruik van grondstoffen (en energie) echter belangrijk. Het industrieel waterverbruik is in de metaalsector met een derde gedaald in de periode 2000-2010. Ook de vuilvracht van de waterlozingen zijn behoorlijk verminderd. Als het gaat om mogelijke problemen inzake {\textquoteleft}milieu en (volks)gezondheid{\textquoteright} dan worden (zeldzame) (aard)metalen blijkbaar niet opgevolgd in Vlaanderen/Belgi{\"e}. 
Algemeen in Vlaanderen en voor de industrie als geheel zijn er voorzichtige tekenen van ontkoppeling tussen enerzijds economische groei en anderzijds het gebruik van energie en de uitstoot van broeikasgassen. De metaalsector zelf vertoont dit beeld -- vooralsnog - niet.
* * * * *
Op basis van de gegevens uit de vorige twee hoofdstukken wordt in Hoofdstuk 3 een SWOT-analyse van de metaalsector uitgevoerd binnen een context van duurzame ontwikkeling: sterktes en zwaktes worden opgelijst, opportuniteiten en bedreigingen worden naar voor geschoven. Het zal de basis vormen om in het volgende hoofdstuk een concrete aanpak te formuleren.
Interessant is ook om de resultaten van deze SWOT-analyse af te wegen ten opzichte van de uitkomst van een {\textquoteleft}klassieke{\textquoteright} SWOT-analyse enige tijd geleden uitgevoerd voor de {\textquoteleft}maakindustrie{\textquoteright} in opdracht van werkgeversorganisaties. Er zijn parallellen te trekken, maar er zijn vanzelfsprekend ook verschillen te noteren. De belangrijkste reden hiervoor is dat de laatst genoemde analyse het huidig wereldsysteem als toetssteen neemt, terwijl in dit rapport -- na onderzoek van internationale wetenschappelijke rapporten - een kringloopeconomie binnen een context van duurzame ontwikkeling als uitgangspunt wordt genomen.
Tot slot wordt de specifieke kwetsbaarheid van ondernemingen in de subsectoren van de metaalsector geanalyseerd, in het bijzonder voor wat betreft inzake de bevoorradingszekerheid van de (zeldzame) (aard)metalen (en energie) worden de risico{\textquoteright}s gekoppeld aan subsectoren van de metaalsector. De samenvattende tabel geeft een mogelijk risico, dat niet mag onderschat worden, voor de betrokken NACE-afdeling {\'e}n de bedrijven die er onder vallen. Het is duidelijk dat zonder gedetailleerde informatie over de materiaalstromen in de betrokken onderneming geen absolute uitspraak kan worden gedaan. Toch waarschuwen de auteurs ook voor de omgekeerde redenering: het is niet omdat het beschreven (zeldzame) (aard)metaal niet voorkomt in de producten van de onderneming dat er geen (ernstig) risico is en wel omwille van volgende redenen:
{\textbullet}\unmatched{0009}deze of andere (zeldzame) (aard)metalen kunnen stroomopwaarts of stroomafwaarts de waardeketen een (ernstig) risico vormen, ook in de machines die producten maken; de levenscyclus-benadering is dus belangrijk;
{\textbullet}\unmatched{0009}de risico-inschatting in dit rapport is gebaseerd op een aantal internationale wetenschappelijke rapporten, maar over sommige andere (zeldzame) (aard)metalen is er nog weinig tot geen informatie voor Europa/Belgi{\"e}/Vlaanderen.
De auteurs bevelen aan deze benadering te gebruiken om een doelgericht screening-instrument op te maken. 
In de bijlage aan het rapport wordt -- ten titel van voorbeeld - nog een andere benadering gevolgd. Naast de kwetsbaarheid van een (sub)sector is er ook de mogelijkheid dat een streek in Belgi{\"e}/Vlaanderen -- bijvoorbeeld met een grote concentratie aan bedrijven uit de metaalsector -- zwaar zou te lijden hebben onder de impact van bepaalde megaforces. Steeds wordt de waardeketen (cf. {\textquoteleft}life cycle thinking{\textquoteright}) meegenomen in het identificeren van de mogelijke risico{\textquoteright}s.
* * * * *
In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op een concrete aanpak gericht op een gewenste toekomst. Vooreerst worden twee pertinente vragen aan ABBV Metaal gesteld:
1.\unmatched{0009}in hoeverre wil de vakbond (opnieuw/verder) actief (financieel) participeren in de organisatie van de productie en de consumptie in onze samenleving?
2.\unmatched{0009}wil de vakbond bestaande financi{\"e}le middelen waar zij (mede)beslissingsrecht heeft herori{\"e}nteren met het oog op een kringloopeconomie?
Elk van die vragen wordt geduid, o.a. aan de hand van voorbeelden (uit het buitenland).
Vervolgens worden mogelijke initiatieven op de korte/middellange termijn (2015-2020) naar voor geschoven. Het uitgangspunt is het streven naar de operationalisering van een kringloopeconomie. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen voorstellen tot initiatief die de vakbond kan opnemen, de overheid kan uitvoeren of via meerdere stakeholders realiteit kunnen worden. Het zijn initiatieven die betrekking hebben op de opbouw van producten (cf. de huidige industrie), de afbraak van producten (cf. het sluiten van de kringloop) of beide. Het gaat in de eerste plaats om no regret maatregelen op korte/middellange termijn. Centraal staat het anticiperen op wat onder invloed van de megaforces komen gaat. Het vermijden van sociale schokgolven doorheen de samenleving is immers inherent aan de missie van de vakbond.
Op het einde van het hoofdstuk worden kort nog enkele mogelijke processen voorgesteld gericht op de middellange/lange termijn (2020-2030). 
* * * * *
Dit rapport dient als basis om mede het 2de Statutair Congres van ABVV-Metaal voor te bereiden dat doorgaat op 21-22 november 2013 onder de titel {\textquoteleft}Vakbond 2.0: van uitdaging naar verandering{\textquoteright}. De mondelinge toelichting bij het rapport (en de samenvatting op hoofdlijnen) en de discussies die aan het congres voorafgaan, zouden de deelnemers in staat moeten stellen om via de resoluties duidelijke keuzes te maken. Daarmee zal het werk niet af zijn. Vanaf de morning after zullen de syndicale afgevaardigden en de vakbondsvertegenwoordigers op elk niveau -- gaande van onderneming tot het paritair comit{\'e} {\'e}n van de provincie via Vlaanderen over Belgi{\"e} tot de Europese Unie -- volhoudend hierover in interactie moeten gaan. Andere analyses, bijv. inzake politieke en economische machtsverhoudingen, zullen dit rapport moeten aanvullen. Uit de onderbouwing in het rapport blijkt dat het hoogdringend is om te ageren en de maatschappelijke uitdagingen aan te pakken: dit is onze verantwoordelijkheid ten opzichte van onze kinderen en kleinkinderen.},
  author       = {Mazijn, Bernard and Devriendt, Sander},
  keyword      = {transitie,kringloopeconomie,industrialisering,metalen,metaalsector,vakbond,overheid,schaarste,kwetsbaarheid,weerbaarheid,duurzaamheid,duurzame ontwikkeling},
  language     = {dut},
  pages        = {190},
  publisher    = {ABVV Metaal},
  title        = {Naar een 'nieuwe industrialisering' van en voor de metaalsector: een kringloopeconomie binnen de context van duurzame ontwikkeling},
  url          = {http://www.abvvmetaalcongres.be/nl-BE/content/downloads/4/},
  year         = {2013},
}