Advanced search
1 file | 1.32 MB

The development and validation of a new measure of implicit motives and a first application in consumer research

(2012)
Author
Promoter
(UGent) and (UGent)
Organization
Abstract
Impliciete motieven zijn fundamentele persoonlijkheidskenmerken die ons gedrag beïnvloeden buiten ons bewustzijn om. Dergelijke motieven zorgen ervoor dat we automatisch en zonder nadenken gedrag nastreven dat ons voldoening geeft alsook gedrag vermijden dat ons teleurstellingen zou opleveren. Onderzoek naar impliciete motieven concentreert zich rond drie fundamentele en universele motieven, namelijk het machtsmotief, het prestatiemotief en het verwantschapsmotief. Mensen met een hoog machtsmotief halen hun voldoening vooral uit acties waarmee ze invloed kunnen uitoefenen op anderen. Verder gaan individuen die gedreven worden door een hoog prestatiemotief zich vooral goed voelen wanneer ze een moeilijke taak op hun eentje succesvol kunnen afronden. Tenslotte gaan personen die worden gekenmerkt door een hoog verwantschapsmotief zich gelukkig voelen wanneer ze zich in het gezelschap van anderen bevinden en sociale relaties kunnen onderhouden, aangaan of herstellen. Een goede kennis van iemands impliciete motieven is belangrijk. Onderzoek over de laatste 70 jaar toont namelijk aan dat deze motieven heel wat economische, maatschappelijke en politieke fenomenen beïnvloeden, onafhankelijk van motivationele persoonlijkheidskenmerken die we aan onszelf op een bewust niveau toeschrijven. Traditioneel worden impliciete motieven gemeten aan de hand van projectieve en psychoanalytische technieken. Deze technieken zijn niet alleen zeer arbeidsintensief, maar zorgden doorheen de onderzoeksgeschiedenis naar impliciete motieven al voor heel wat controverse. Pogingen om deze controversiële technieken te vervangen door algemeen aanvaarde en eenvoudig te gebruiken technieken liepen helaas op niets uit. Echter, het ontstaan van een nieuw soort meettechniek die zich baseert op de snelheid waarmee iemand bepaalde associaties kan maken, opende duidelijk nieuwe mogelijkheden voor de ontwikkeling van een alternatieve techniek om impliciete motieven te meten. De populairste techniek die gebruik maakt van dergelijke associatiesnelheden is de Impliciete Associatie Test (IAT). De eerste studies waarin de IAT gebruikt werd om impliciete motieven te meten leverde reeds bemoedigende resultaten op, maar meer onderzoek is nodig om te achterhalen (1) of de IAT weldegelijk in staat is om impliciete motieven te meten en (2) hoe de IAT geoptimaliseerd kan worden om deze motieven te meten. Een antwoord vinden op deze twee vragen vormt de hoofddoelstelling van dit doctoraatsonderzoek. De resultaten worden gerapporteerd in vier empirische hoofdstukken. Het eerste empirische hoofdstuk, ‘A Pictorial Attitude IAT as a Measure of Implicit Motives’ heeft als doel de eigenschappen van de IAT te optimaliseren om impliciete motieven te meten. Hiervoor zijn we nagegaan of een IAT waarbij associaties moeten gemaakt worden tussen motief gerelateerde foto’s (vb. een zakenman die voor zijn privéjet staat als representatieve foto voor het machtsmotief) en affectieve woorden (vb. ‘vakantie’ als representatief ‘aangenaam’ woord) valide en betrouwbare metingen van impliciete motieven opleveren. In drie studies tonen we aan dat dit effectief het geval is. In het tweede empirische hoofdstuk ‘Convergent, Discriminant, and Incremental Validity of the Pictorial Attitude Implicit Association Test and the Picture Story Exercise as Measures of the Implicit Power’, tonen we aan dat de Pictorial Attitude IAT (PA-IAT) nauw verwant is aan de traditionele projectieve methoden om impliciete motieven te meten. Met andere woorden, we bewijzen dat de PA-IAT kan dienen als waardig en gebruiksvriendelijk alternatief om impliciete motieven te meten. In de eerste twee empirische hoofdstukken werd de PA-IAT uitsluitend ontwikkeld en gevalideerd voor het machtsmotief. In het derde empirische hoofdstuk, ‘The Pictorial Attitude Implicit Association Test for Need for Affiliation’, wordt de een PA-IAT ontwikkeld en gevalideerd voor het verwantschapsmotief. In het laatste empirische hoofdstuk ‘The Effects of State and Trait Power on Preferences for Status Products’ tonen we het nut aan van impliciete motieven voor consumentenonderzoek. Meer bepaald onderzoeken we de effecten van individuele verschillen in het impliciete machtsmotief op merkvoorkeur en attitudes ten aanzien van statusproducten. De studies in dit hoofdstuk geven aan dat de voorkeur voor statusproducten sterk toeneemt wanneer iemands impliciet machtsmotief geactiveerd wordt door subtiele (vb. blootstelling aan foto’s met merklogo’s) of minder subtiele (vb. het expliciet toekennen van macht aan individuen) omgevingsfactoren. Verder demonstreren we dat het impliciete machtsmotief andere en sterkere effecten heeft op consumentengedrag dan het al dan niet ‘hebben van macht’. Waar ‘macht hebben’ over het algemeen leidt tot een sterkere voorkeur voor functionele producten in vergelijking met statusproducten, blijken consumenten met een sterk impliciet machtsmotief een chronische voorkeur te hebben voor statusproducten in plaats van functionele producten, dit ongeacht het feit of ze al dan niet macht hebben.
Keywords
Implicit Association Test, Consumer Research, Implicit Motives, Personality

Downloads

  • PhD Hendrik Slabbinck - Implicit Motives Body.pdf
    • full text
    • |
    • open access
    • |
    • PDF
    • |
    • 1.32 MB

Citation

Please use this url to cite or link to this publication:

Chicago
Slabbinck, Hendrik. 2012. “The Development and Validation of a New Measure of Implicit Motives and a First Application in Consumer Research”. Ghent, Belgium: Ghent University. Faculty of Economics and Business Administration.
APA
Slabbinck, H. (2012). The development and validation of a new measure of implicit motives and a first application in consumer research. Ghent University. Faculty of Economics and Business Administration, Ghent, Belgium.
Vancouver
1.
Slabbinck H. The development and validation of a new measure of implicit motives and a first application in consumer research. [Ghent, Belgium]: Ghent University. Faculty of Economics and Business Administration; 2012.
MLA
Slabbinck, Hendrik. “The Development and Validation of a New Measure of Implicit Motives and a First Application in Consumer Research.” 2012 : n. pag. Print.
@phdthesis{4100929,
  abstract     = {Impliciete motieven zijn fundamentele persoonlijkheidskenmerken die ons gedrag be{\"i}nvloeden buiten ons bewustzijn om. Dergelijke motieven zorgen ervoor dat we automatisch en zonder nadenken gedrag nastreven dat ons voldoening geeft alsook gedrag vermijden dat ons teleurstellingen zou opleveren. Onderzoek naar impliciete motieven concentreert zich rond drie fundamentele en universele motieven, namelijk het machtsmotief, het prestatiemotief en het verwantschapsmotief. Mensen met een hoog machtsmotief halen hun voldoening vooral uit acties waarmee ze invloed kunnen uitoefenen op anderen. Verder gaan individuen die gedreven worden door een hoog prestatiemotief zich vooral goed voelen wanneer ze een moeilijke taak op hun eentje succesvol kunnen afronden. Tenslotte gaan personen die worden gekenmerkt door een hoog verwantschapsmotief  zich gelukkig  voelen wanneer ze zich in het gezelschap van anderen bevinden en sociale relaties kunnen onderhouden, aangaan of herstellen. Een goede kennis van iemands impliciete motieven is belangrijk. Onderzoek  over de laatste 70 jaar toont namelijk aan dat deze motieven heel wat economische, maatschappelijke en politieke fenomenen be{\"i}nvloeden, onafhankelijk van motivationele persoonlijkheidskenmerken die we aan onszelf op een bewust niveau toeschrijven. Traditioneel worden impliciete motieven gemeten aan de hand van projectieve en psychoanalytische technieken. Deze technieken zijn niet alleen zeer arbeidsintensief, maar zorgden doorheen de onderzoeksgeschiedenis naar impliciete motieven al voor heel wat controverse. Pogingen om deze controversi{\"e}le technieken te vervangen door algemeen aanvaarde en eenvoudig te gebruiken technieken liepen helaas op niets uit. Echter, het ontstaan van een nieuw soort meettechniek die zich baseert op de snelheid waarmee iemand bepaalde associaties kan maken, opende duidelijk nieuwe mogelijkheden voor de ontwikkeling van een alternatieve techniek om impliciete motieven te meten. De populairste techniek die gebruik maakt van dergelijke associatiesnelheden is de Impliciete Associatie Test (IAT). De eerste studies waarin de IAT gebruikt werd om impliciete motieven te meten leverde reeds bemoedigende resultaten op, maar meer onderzoek is nodig om te achterhalen (1) of de IAT weldegelijk in staat is om impliciete motieven te meten en (2) hoe de IAT geoptimaliseerd kan worden om deze motieven te meten. Een antwoord vinden op deze twee vragen vormt de hoofddoelstelling van dit doctoraatsonderzoek. De resultaten worden gerapporteerd in vier empirische hoofdstukken. 
Het eerste empirische hoofdstuk, {\textquoteleft}A Pictorial Attitude IAT as a Measure of Implicit Motives{\textquoteright} heeft als doel de eigenschappen van de IAT te optimaliseren om impliciete motieven te meten. Hiervoor zijn we nagegaan of een IAT waarbij associaties moeten gemaakt worden tussen motief gerelateerde foto{\textquoteright}s (vb. een zakenman die voor zijn priv{\'e}jet staat als representatieve foto voor het machtsmotief) en affectieve woorden (vb. {\textquoteleft}vakantie{\textquoteright} als representatief {\textquoteleft}aangenaam{\textquoteright} woord) valide en betrouwbare metingen van impliciete motieven opleveren. In drie studies tonen we aan dat dit effectief het geval is.
In het tweede empirische hoofdstuk {\textquoteleft}Convergent, Discriminant, and Incremental Validity of the Pictorial Attitude Implicit Association Test and the Picture Story Exercise as Measures of the Implicit Power{\textquoteright}, tonen we aan dat de Pictorial Attitude IAT (PA-IAT) nauw verwant is aan de traditionele projectieve methoden om impliciete motieven te meten. Met andere woorden, we bewijzen dat de PA-IAT kan dienen als waardig en gebruiksvriendelijk alternatief om impliciete motieven te meten.
In de eerste twee empirische hoofdstukken werd de PA-IAT uitsluitend ontwikkeld en gevalideerd voor het machtsmotief. In het derde empirische hoofdstuk, {\textquoteleft}The Pictorial Attitude Implicit Association Test for Need for Affiliation{\textquoteright}, wordt de een PA-IAT ontwikkeld en gevalideerd voor het verwantschapsmotief. 
In het laatste empirische hoofdstuk {\textquoteleft}The Effects of State and Trait Power on Preferences for Status Products{\textquoteright} tonen we het nut aan van impliciete motieven voor consumentenonderzoek. Meer bepaald onderzoeken we de effecten van individuele verschillen in het impliciete machtsmotief op merkvoorkeur en attitudes ten aanzien van statusproducten. De studies in dit hoofdstuk geven aan dat de voorkeur voor statusproducten sterk toeneemt wanneer iemands impliciet machtsmotief geactiveerd wordt door subtiele (vb. blootstelling aan foto{\textquoteright}s met merklogo{\textquoteright}s) of minder subtiele (vb. het expliciet toekennen van macht aan individuen) omgevingsfactoren. Verder demonstreren we dat het impliciete machtsmotief andere en sterkere effecten heeft op consumentengedrag dan het al dan niet {\textquoteleft}hebben van macht{\textquoteright}. Waar {\textquoteleft}macht hebben{\textquoteright} over het algemeen leidt tot een sterkere voorkeur voor functionele producten in vergelijking met statusproducten, blijken consumenten met een sterk impliciet machtsmotief een chronische voorkeur te hebben voor statusproducten in plaats van functionele producten, dit ongeacht het feit of ze al dan niet macht hebben.},
  author       = {Slabbinck, Hendrik},
  language     = {eng},
  pages        = {XII, 154},
  publisher    = {Ghent University. Faculty of Economics and Business Administration},
  school       = {Ghent University},
  title        = {The development and validation of a new measure of implicit motives and a first application in consumer research},
  year         = {2012},
}