Advanced search
1 file | 2.29 MB Add to list

Insights in the immune response against E. coli O157:H7 infection in sheep

(2010)
Author
Promoter
(UGent) and (UGent)
Organization
Abstract
Enterohaemorraghische E. coli (EHEC) vormen een subgroep van Shiga-toxine producerende E. coli serotypes die nauw geassocieerd worden met haemorraghische colitis (bloederige diarree) en het haemolytisch uremisch syndroom bij de mens. De meeste gevallen worden veroorzaakt door infectie met E. coli O157:H7. Herkauwers vormen het voornaamste reservoir, waarbij de infectie naar de mens verspreid wordt via een faeco-orale route. Hoewel reeds veel geweten is over de manier waarop deze pathogeen de darmen koloniseert, moet nog opgehelderd worden hoe en waarom E. coli O157:H7 persistent aanwezig kan blijven bij herkauwers. Mogelijks speelt een onderdrukking van het immuunsysteem van de gastheer een rol. Tot nu toe is er slechts beperkte informatie over de interactie van E. coli O157:H7 met het immuunsysteem van herkauwers. Het algemene doel van deze thesis was dan ook inzicht te krijgen in de interactie van E. coli O157:H7 met het immuunsysteem van schapen. Om het effect van kolonisatie op het immuunsysteem van schapen te bestuderen, is een infectiemodel nodig dat de langdurige infectie nabootst zoals die kan voorkomen bij schapen en runderen. Aangezien het terminale rectum werd geïdentificeerd als een belangrijke kolonisatieplaats bij het rund, werd in een eerste studie een rectaal infectiemodel ontwikkeld. Dit model werd gebruikt om de immuunrespons van geïnfecteerde schapen tegen 3 virulentiefactoren van E. coli O157:H7 (intimine, EspA en EspB) te analyseren. De primaire infectie leidde niet tot opbouw van een beschermende immuun-respons, wat bleek uit het feit dat de schapen opnieuw konden gekoloniseerd worden na toedienen van een secundaire inoculatie. Hoewel er een cellulaire immuunrespons optrad tegen intimine, EspA en EspB, was een serum antistoffenrespons verrassend genoeg afwezig. Omdat serum antistoffen aangetroffen worden bij natuurlijk geïnfecteerde schapen, die hoogstwaarschijnlijk de bacterie via de mond hebben opgenomen, werd in een tweede studie een oraal infectiemodel gebruikt om schapen te infecteren met E. coli O157:H7. Een primaire orale inoculatie resulteerde in uitscheiding van E. coli O157:H7 in de faeces en detectie van antistoffen tegen intimine, EspA en EspB. De antistoffentiters verdwenen wanneer de uitscheiding verminderde. Een secundaire inoculatie leidde tot een langere uitscheiding, zelfs in de aanwezigheid van een booster antistoffenrespons. Cellulaire responsen volgden een gelijkaardig patroon als de antistoffen, hoewel de secundaire cellulaire respons lager was. Gecombineerd met de resultaten van de rectale inoculatiestudie suggereren deze bevindingen dat E. coli O157:H7 de dunne darm moet passeren om een antistoffenrespons op te wekken. Toch beschermen deze antistoffen niet tegen herinfectie. Uitscheiding van E. coli O157:H7 door herkauwers kan weken, zelfs maanden aanhouden, maar stopt uiteindelijk. De derde studie werd opgezet om de rol van de immuunrespons tijdens het verdwijnen van de infectie te bepalen. Eerder geïnfecteerde dieren werden geherinfecteerd met E. coli O157:H7 en geëuthanazeerd wanneer de uitscheiding daalde om de systemische en lokale immuunrespons tegen intimine, EspA, EspB en Tir te bestuderen. Er werden mucosale antistoffenresponsen gedetecteerd in de Peyerse platen, en cytokineproductie in verschillende intestinale weefsels. Langer en korter uitscheidende dieren lijken een verschil in deze responsen te vertonen, wat het belang van mucosale immuunresponsen tijdens E. coli O157:H7 aanduidt. Nochtans lijkt infectie met E. coli O157:H7 niet te resulteren in de inductie van langlevende geheugencellen, en is mucosale bescherming vermoedelijk beperkt in plaats en tijd. Dit werk beschrijft voor de eerste keer de immuunrespons die optreedt tegen E. coli O157:H7 bij schapen na rectale en orale inoculatie, en levert daarmee een bijdrage aan het beter begrijpen van de persistentie van E. coli O157:H7.
Keywords
immuunrespons, EHEC

Downloads

  • Phd Thesis Kris Vande Walle 2010 FINAAL2.pdf
    • full text
    • |
    • open access
    • |
    • PDF
    • |
    • 2.29 MB

Citation

Please use this url to cite or link to this publication:

MLA
Vande Walle, Kris. “Insights in the Immune Response Against E. Coli O157:H7 Infection in Sheep.” 2010 : n. pag. Print.
APA
Vande Walle, K. (2010). Insights in the immune response against E. coli O157:H7 infection in sheep. Ghent University. Faculty of Veterinary Medicine, Merelbeke, Belgium.
Chicago author-date
Vande Walle, Kris. 2010. “Insights in the Immune Response Against E. Coli O157:H7 Infection in Sheep”. Merelbeke, Belgium: Ghent University. Faculty of Veterinary Medicine.
Chicago author-date (all authors)
Vande Walle, Kris. 2010. “Insights in the Immune Response Against E. Coli O157:H7 Infection in Sheep”. Merelbeke, Belgium: Ghent University. Faculty of Veterinary Medicine.
Vancouver
1.
Vande Walle K. Insights in the immune response against E. coli O157:H7 infection in sheep. [Merelbeke, Belgium]: Ghent University. Faculty of Veterinary Medicine; 2010.
IEEE
[1]
K. Vande Walle, “Insights in the immune response against E. coli O157:H7 infection in sheep,” Ghent University. Faculty of Veterinary Medicine, Merelbeke, Belgium, 2010.
@phdthesis{3034433,
  abstract     = {Enterohaemorraghische E. coli (EHEC) vormen een subgroep van Shiga-toxine producerende E. coli serotypes die nauw geassocieerd worden met haemorraghische colitis (bloederige diarree) en het haemolytisch uremisch syndroom bij de mens. De meeste gevallen worden veroorzaakt door infectie met E. coli O157:H7. Herkauwers vormen het voornaamste reservoir, waarbij de infectie naar de mens verspreid wordt via een faeco-orale route. Hoewel reeds veel geweten is over de manier waarop deze pathogeen de darmen koloniseert, moet nog opgehelderd worden hoe en waarom E. coli O157:H7 persistent aanwezig kan blijven bij herkauwers. Mogelijks speelt een onderdrukking van het immuunsysteem van de gastheer een rol. Tot nu toe is er slechts beperkte informatie over de interactie van E. coli O157:H7 met het immuunsysteem van herkauwers. Het algemene doel van deze thesis was dan ook inzicht te krijgen in de interactie van E. coli O157:H7 met het immuunsysteem van schapen.
Om het effect van kolonisatie op het immuunsysteem van schapen te bestuderen, is een infectiemodel nodig dat de langdurige infectie nabootst zoals die kan voorkomen bij schapen en runderen. Aangezien het terminale rectum werd geïdentificeerd als een belangrijke kolonisatieplaats bij het rund, werd in een eerste studie een rectaal infectiemodel ontwikkeld. Dit model werd gebruikt om de immuunrespons van geïnfecteerde schapen tegen 3 virulentiefactoren van E. coli O157:H7 (intimine, EspA en EspB) te analyseren. De primaire infectie leidde niet tot opbouw van een beschermende immuun-respons, wat bleek uit het feit dat de schapen opnieuw konden gekoloniseerd worden na toedienen van een secundaire inoculatie. Hoewel er een cellulaire immuunrespons optrad tegen intimine, EspA en EspB, was een serum antistoffenrespons verrassend genoeg afwezig.
Omdat serum antistoffen aangetroffen worden bij natuurlijk geïnfecteerde schapen, die hoogstwaarschijnlijk de bacterie via de mond hebben opgenomen, werd in een tweede studie een oraal infectiemodel gebruikt om schapen te infecteren met E. coli O157:H7. Een primaire orale inoculatie resulteerde in uitscheiding van E. coli O157:H7 in de faeces en detectie van antistoffen tegen intimine, EspA en EspB. De antistoffentiters verdwenen wanneer de uitscheiding verminderde. Een secundaire inoculatie leidde tot een langere uitscheiding, zelfs in de aanwezigheid van een booster antistoffenrespons. Cellulaire responsen volgden een gelijkaardig patroon als de antistoffen, hoewel de secundaire cellulaire respons lager was. Gecombineerd met de resultaten van de rectale inoculatiestudie suggereren deze bevindingen dat E. coli O157:H7 de dunne darm moet passeren om een antistoffenrespons op te wekken. Toch beschermen deze antistoffen niet tegen herinfectie.
Uitscheiding van E. coli O157:H7 door herkauwers kan weken, zelfs maanden aanhouden, maar stopt uiteindelijk. De derde studie werd opgezet om de rol van de immuunrespons tijdens het verdwijnen van de infectie te bepalen. Eerder geïnfecteerde dieren werden geherinfecteerd met E. coli O157:H7 en geëuthanazeerd wanneer de uitscheiding daalde om de systemische en lokale immuunrespons tegen intimine, EspA, EspB en Tir te bestuderen. Er werden mucosale antistoffenresponsen gedetecteerd in de Peyerse platen, en cytokineproductie in verschillende intestinale weefsels. Langer en korter uitscheidende dieren lijken een verschil in deze responsen te vertonen, wat het belang van mucosale immuunresponsen tijdens E. coli O157:H7 aanduidt. Nochtans lijkt infectie met E. coli O157:H7 niet te resulteren in de inductie van langlevende geheugencellen, en is mucosale bescherming vermoedelijk beperkt in plaats en tijd.
Dit werk beschrijft voor de eerste keer de immuunrespons die optreedt tegen E. coli O157:H7 bij schapen na rectale en orale inoculatie, en levert daarmee een bijdrage aan het beter begrijpen van de persistentie van E. coli O157:H7.},
  author       = {Vande Walle, Kris},
  keywords     = {immuunrespons,EHEC},
  language     = {eng},
  pages        = {152},
  publisher    = {Ghent University. Faculty of Veterinary Medicine},
  school       = {Ghent University},
  title        = {Insights in the immune response against E. coli O157:H7 infection in sheep},
  year         = {2010},
}