Ghent University Academic Bibliography

Advanced

Lokale besturen als participanten in een interbestuurlijk egovernment: casestudie van de Kruispuntbank van ondernemingen

Simon Vander Elst UGent and Filip De Rynck UGent (2011)
abstract
In dit onderzoeksrapport bestuderen we de participatie van steden en gemeenten in het interbestuurlijke eGovernmentproject “Kruispuntbank van Ondernemingen”. De basis van dit rapport zijn de bevindingen uit het verkennende onderzoek waarbij we het gebruik van (V)KBO-gegevens binnen steden en gemeenten hebben beschreven. In dit rapport zoeken we naar verklaringen voor deze verkennende onderzoeksresultaten. We gaan na hoe de kenmerken van steden en gemeenten interageren met de kenmerken van het interbestuurlijke project (ib-project). We hanteren het “dimensiemodel” van Snellen (2003) om de con- of divergentie van doelstellingen (strategische doelstelling), de (on)afhankelijkheden op het vlak van hulp- en machtsbronnen (de machtsdimensie) en de mate van samenwerking en conflict (de institutionele dimensie) in het KBO-netwerk te bestuderen. Wat de strategische dimensie betreft is er sprake van toenemende convergerende doelstellingen: federale, Vlaamse en steeds meer lokale overheden streven naar een meer efficiënte, effectieve en geïntegreerde dienstverlening ten aanzien van ondernemingen gebaseerd op een (inter- en/of intrabestuurlijke) uitwisseling van gegevens uit authentieke bronnen of organisatiebrede databanken. Convergentie van doelstellingen impliceert echter niet dat de samenwerking in het netwerk optimaal is. De analyse van de machtsdimensie toont de lokale afhankelijkheid van externe actoren op het vlak van ondernemingsgegevens aan. Een groot aantal gemeenten hebben bijgevolg (V)KBO-gegevens geadopteerd. De analyse van de adoptie en het feitelijke gebruik van deze gegevens toont een opvallende discrepantie aan: percepties van gemeentelijke ambtenaren over het gebruiksnut van de gegevens en de gebruiksvriendelijkheid van de ontsluitende toepassingen zorgen ervoor dat het effectief gebruik lager is dan de initiële adoptie. Lokale ambtenaren maken melding van foutieve, niet up-to-date gegevens, ontbrekende en moeilijk te interpreteren gegevens en ontsluitingstoepassingen die niet voldoen aan hun behoeften. Gemeenten nemen daardoor op het vlak van ondernemingsgegevens een positie in tussen een markt- en hiërarchisch model van informatievoorziening. Ze vullen de officiële (V)KBO-gegevens (centrale databank opgezet volgens het hiërarchisch model) aan met informatie afkomstig van eigen waarnemingen en databanken (marktmodel). Daarnaast onderscheiden we een aantal institutionele kenmerken die het verloop van het interbestuurlijke project beïnvloeden. Ten eerste oefent een aantal instituties invloed uit op de datakwaliteit: de capaciteit van sommige initiatoren en de juridische setting van waaruit deze initiatoren opereren zijn twee voorbeelden. Ten tweede is er in de onderzochte casus een gebrek aan samenwerking tussen de datagebruikers enerzijds en de data-eigenaars en de ontsluitende instanties anderzijds. Het juridisch kader dat de basis legt voor de federale KBO beantwoordt vandaag niet aan de doelstelling om de KBO te laten groeien tot een interbestuurlijke sectorale authentieke bron met ondernemingsgegevens. Een gevolg daarvan is dat op andere bestuursniveaus de voorkeur wordt gegeven aan gegevensintegratie en dat er niet wordt overgegaan tot dienstenintegratie. Daardoor ontstaan indirecte ontsluitingsnetwerken. De institutionele setting oefent een grote invloed uit op de lokale percepties over (V)KBO-gegevens. Zo blijkt de structurerende werking van regels de input en de kwaliteit van KBO-gegevens op meerdere vlakken te beïnvloeden: de logica’s en informatiebehoeften van federale instanties die de input van gegevens determineren, sluiten niet altijd aan bij deze van lokale ambtenaren, sommige juridisch vastgelegde voedingsprocessen zijn niet op elkaar afgestemd, andere processen worden in de praktijk niet door alle ondernemers nageleefd en niet alle voedingsprocessen zijn voldoende performant. Op het lokale niveau bemerken we andere beïnvloedende institutionele kenmerken; bijvoorbeeld: de technische capaciteit van gemeenten heeft een negatieve invloed op de operationalisering van de gegevens in lokale processen en er is vaak geen organisatiebrede implementatiestrategie. De adoptie en het gebruik van (V)KBO-gegevens hangt nog grotendeels af van individuele ambtenaren die het initiatief nemen om met deze gegevens aan de slag te gaan. Het gevolg van deze institutionele setting is dat het interbestuurlijke project een procesdynamisch karakter krijgt. Dit impliceert dat de institutionele setting van het project doorheen de tijd steeds evolueert. Op het lokale niveau heeft dat bijvoorbeeld geleid tot de ontwikkeling van nieuwe gebruikstoepassingen binnen een intergemeentelijk samenwerkingsverband (de Bedrijvengids van IC Leiedal) en op het provinciale niveau (de provincie West-Vlaanderen). Finaal komen daardoor de initiële kenmerken van het project en de doelstellingen van de verschillende actoren in zekere mate onder druk te staan. Het onderzoek toont aan dat de operationele doelstellingen van de actoren actief binnen verschillende subnetwerken meer aan elkaar moeten gelinkt worden. Lokale en regionale gebruikservaringen met de KBO-gegevens zouden bijvoorbeeld bij de verdere ontwikkeling van het project best meer in rekening worden genomen. We sluiten onze analyse af met een pleidooi voor een gemeenschappelijke interbestuurlijke visie voor het KBO-project, gebaseerd op een fundament van intensieve samenwerking en overleg tussen de verschillende actoren in het netwerk.
Please use this url to cite or link to this publication:
author
organization
year
type
misc (report)
publication status
published
subject
pages
112 pages
publisher
Departement Handelswetenschappen en Bestuurskunde; Hogeschool Gent
place of publication
Gent
language
Dutch
UGent publication?
no
classification
V
copyright statement
I have retained and own the full copyright for this publication
id
2066013
handle
http://hdl.handle.net/1854/LU-2066013
date created
2012-03-14 14:07:00
date last changed
2014-05-14 11:16:04
@misc{2066013,
  abstract     = {In dit onderzoeksrapport bestuderen we de participatie van steden en gemeenten in het interbestuurlijke eGovernmentproject {\textquotedblleft}Kruispuntbank van Ondernemingen{\textquotedblright}. De basis van dit rapport zijn de bevindingen uit het verkennende onderzoek waarbij we het gebruik van (V)KBO-gegevens binnen steden en gemeenten hebben beschreven. In dit rapport zoeken we naar verklaringen voor deze verkennende onderzoeksresultaten. We gaan na hoe de kenmerken van steden en gemeenten interageren met de kenmerken van het interbestuurlijke project (ib-project). We hanteren het {\textquotedblleft}dimensiemodel{\textquotedblright} van Snellen (2003) om de con- of divergentie van doelstellingen (strategische doelstelling), de (on)afhankelijkheden op het vlak van hulp- en machtsbronnen (de machtsdimensie) en de mate van samenwerking en conflict (de institutionele dimensie) in het KBO-netwerk te bestuderen. Wat de strategische dimensie betreft is er sprake van toenemende convergerende doelstellingen: federale, Vlaamse en steeds meer lokale overheden streven naar een meer effici{\"e}nte, effectieve en ge{\"i}ntegreerde dienstverlening ten aanzien van ondernemingen gebaseerd op een (inter- en/of intrabestuurlijke) uitwisseling van gegevens uit authentieke bronnen of organisatiebrede databanken. Convergentie van doelstellingen impliceert echter niet dat de samenwerking in het netwerk optimaal is. De analyse van de machtsdimensie toont de lokale afhankelijkheid van externe actoren op het vlak van ondernemingsgegevens aan. Een groot aantal gemeenten hebben bijgevolg (V)KBO-gegevens geadopteerd. De analyse van de adoptie en het feitelijke gebruik van deze gegevens toont een opvallende discrepantie aan: percepties van gemeentelijke ambtenaren over het gebruiksnut van de gegevens en de gebruiksvriendelijkheid van de ontsluitende toepassingen zorgen ervoor dat het effectief gebruik lager is dan de initi{\"e}le adoptie. Lokale ambtenaren maken melding van foutieve, niet up-to-date gegevens, ontbrekende en moeilijk te interpreteren gegevens en ontsluitingstoepassingen die niet voldoen aan hun behoeften. Gemeenten nemen daardoor op het vlak van ondernemingsgegevens een positie in tussen een markt- en hi{\"e}rarchisch model van informatievoorziening. Ze vullen de offici{\"e}le (V)KBO-gegevens (centrale databank opgezet volgens het hi{\"e}rarchisch model) aan met informatie afkomstig van eigen waarnemingen en databanken (marktmodel). Daarnaast onderscheiden we een aantal institutionele kenmerken die het verloop van het interbestuurlijke project be{\"i}nvloeden. Ten eerste oefent een aantal instituties invloed uit op de datakwaliteit: de capaciteit van sommige initiatoren en de juridische setting van waaruit deze initiatoren opereren zijn twee voorbeelden. Ten tweede is er in de onderzochte casus een gebrek aan samenwerking tussen de datagebruikers enerzijds en de data-eigenaars en de ontsluitende instanties anderzijds. Het juridisch kader dat de basis legt voor de federale KBO beantwoordt vandaag niet aan de doelstelling om de KBO te laten groeien tot een interbestuurlijke sectorale authentieke bron met ondernemingsgegevens. Een gevolg daarvan is dat op andere bestuursniveaus de voorkeur wordt gegeven aan gegevensintegratie en dat er niet wordt overgegaan tot dienstenintegratie. Daardoor ontstaan indirecte ontsluitingsnetwerken. De institutionele setting oefent een grote invloed uit op de lokale percepties over (V)KBO-gegevens. Zo blijkt de structurerende werking van regels de input en de kwaliteit van KBO-gegevens op meerdere vlakken te be{\"i}nvloeden: de logica{\textquoteright}s en informatiebehoeften van federale instanties die de input van gegevens determineren, sluiten niet altijd aan bij deze van lokale ambtenaren, sommige juridisch vastgelegde voedingsprocessen zijn niet op elkaar afgestemd, andere processen worden in de praktijk niet door alle ondernemers nageleefd en niet alle voedingsprocessen zijn voldoende performant. Op het lokale niveau bemerken we andere be{\"i}nvloedende institutionele kenmerken; bijvoorbeeld: de technische capaciteit van gemeenten heeft een negatieve invloed op de operationalisering van de gegevens in lokale processen en er is vaak geen organisatiebrede implementatiestrategie. De adoptie en het gebruik van (V)KBO-gegevens hangt nog grotendeels af van individuele ambtenaren die het initiatief nemen om met deze gegevens aan de slag te gaan. Het gevolg van deze institutionele setting is dat het interbestuurlijke project een procesdynamisch karakter krijgt. Dit impliceert dat de institutionele setting van het project doorheen de tijd steeds evolueert. Op het lokale niveau heeft dat bijvoorbeeld geleid tot de ontwikkeling van nieuwe gebruikstoepassingen binnen een intergemeentelijk samenwerkingsverband (de Bedrijvengids van IC Leiedal) en op het provinciale niveau (de provincie West-Vlaanderen). Finaal komen daardoor de initi{\"e}le kenmerken van het project en de doelstellingen van de verschillende actoren in zekere mate onder druk te staan. Het onderzoek toont aan dat de operationele doelstellingen van de actoren actief binnen verschillende subnetwerken meer aan elkaar moeten gelinkt worden. Lokale en regionale gebruikservaringen met de KBO-gegevens zouden bijvoorbeeld bij de verdere ontwikkeling van het project best meer in rekening worden genomen. We sluiten onze analyse af met een pleidooi voor een gemeenschappelijke interbestuurlijke visie voor het KBO-project, gebaseerd op een fundament van intensieve samenwerking en overleg tussen de verschillende actoren in het netwerk.},
  author       = {Vander Elst, Simon and De Rynck, Filip},
  language     = {dut},
  pages        = {112},
  publisher    = {Departement Handelswetenschappen en Bestuurskunde; Hogeschool Gent},
  title        = {Lokale besturen als participanten in een interbestuurlijk egovernment: casestudie van de Kruispuntbank van ondernemingen},
  year         = {2011},
}

Chicago
Vander Elst, Simon, and Filip De Rynck. 2011. “Lokale Besturen Als Participanten in Een Interbestuurlijk Egovernment: Casestudie Van De Kruispuntbank Van Ondernemingen”. Gent: Departement Handelswetenschappen en Bestuurskunde; Hogeschool Gent.
APA
Vander Elst, S., & De Rynck, F. (2011). Lokale besturen als participanten in een interbestuurlijk egovernment: casestudie van de Kruispuntbank van ondernemingen. Gent: Departement Handelswetenschappen en Bestuurskunde; Hogeschool Gent.
Vancouver
1.
Vander Elst S, De Rynck F. Lokale besturen als participanten in een interbestuurlijk egovernment: casestudie van de Kruispuntbank van ondernemingen. Gent: Departement Handelswetenschappen en Bestuurskunde; Hogeschool Gent; 2011.
MLA
Vander Elst, Simon, and Filip De Rynck. “Lokale Besturen Als Participanten in Een Interbestuurlijk Egovernment: Casestudie Van De Kruispuntbank Van Ondernemingen.” 2011 : n. pag. Print.