Ghent University Academic Bibliography

Advanced

Pendel in en om de compacte stad: een ruimtelijke analyse van de afstand tot het werk

Kobe Boussauw UGent, Tijs Neutens UGent and Frank Witlox UGent (2010) RUIMTE & MAATSCHAPPIJ. 2(2). p.5-22
abstract
Er bestaat weinig eensgezindheid met betrekking tot de geografische schaal waarop het stedenbouwkundige model van de compacte stad functioneert, bekeken vanuit de verplaatsingspatronen van haar bewoners en gebruikers. In Vlaanderen is de gemiddelde afstand die per verplaatsing overbrugd wordt (12.5 km) te groot om nog geassocieerd te kunnen worden met de schaal van de bestaande compacte steden. Dit betekent echter niet dat de veronderstelde relatie tussen de ruimtelijke karakteristieken van de compacte stad en verplaatsingsgedrag van haar bewoners en gebruikers niet langer geldig is. We onderzoeken de impact van verschillende maten voor ruimtelijke nabijheid op de pendelafstanden in Vlaanderen, waarbij we aannemen dat de ritlengte een goede indicator is voor de duurzaamheid van de verplaatsing. Om ruimtelijke nabijheid te meten maken we gebruik van klassieke indicatoren, zoals woondichtheid, jobdichtheid en ruimtelijke diversiteit, waaraan we de “minimale pendelafstand” toevoegen. De minimale pendelafstand moet begrepen worden als de theoretische afstand die elke werknemer minimaal zou moeten afleggen om zo dicht mogelijk bij huis te werken, uitgaande van de huidige ruimtelijke configuratie van woningen en jobs. Bij de statistische analyse houden we rekening met verstoring door schaalbaarheid van ruimtelijke eenheden en ruimtelijke autocorrelatie. Op basis van een ruimtelijk regressiemodel stellen we significante verbanden tussen ruimtelijke nabijheid en pendelafstanden vast. Een hoge woondichtheid hangt samen met kortere ritten, terwijl voor een hoge jobdichtheid een tegenovergesteld verband waargenomen wordt. Ook een hoge mate van ruimtelijke diversiteit in de zones waar de pendelbewegingen ’s ochtends vertrekken is gelinkt aan kortere verplaatsingen. De minimale pendelafstand loopt ten dele gelijk met de geobserveerde pendelafstand, wat aangeeft dat ruimtelijke nabijheid inderdaad de afgelegde afstanden beïnvloedt. Opmerkelijk is dat deze resultaten geldig zijn op het regionale schaalniveau, dus ook buiten de gebieden die als compacte stad kunnen worden omschreven.
Please use this url to cite or link to this publication:
author
organization
year
type
journalArticle (original)
publication status
published
subject
journal title
RUIMTE & MAATSCHAPPIJ
Ruimte Maatsch.
volume
2
issue
2
pages
5 - 22
ISSN
2032-8427
language
Dutch
UGent publication?
yes
classification
A2
copyright statement
I have transferred the copyright for this publication to the publisher
VABB id
c:vabb:300875
VABB type
VABB-1
id
1068387
handle
http://hdl.handle.net/1854/LU-1068387
date created
2010-10-29 15:53:56
date last changed
2015-06-17 09:16:20
@article{1068387,
  abstract     = {Er bestaat weinig eensgezindheid met betrekking tot de geografische schaal waarop het stedenbouwkundige model van de compacte stad functioneert, bekeken vanuit de verplaatsingspatronen van haar bewoners en gebruikers. In Vlaanderen is de gemiddelde afstand die per verplaatsing overbrugd wordt (12.5 km) te groot om nog geassocieerd te kunnen worden met de schaal van de bestaande compacte steden. Dit betekent echter niet dat de veronderstelde relatie tussen de ruimtelijke karakteristieken van de compacte stad en verplaatsingsgedrag van haar bewoners en gebruikers niet langer geldig is.
We onderzoeken de impact van verschillende maten voor ruimtelijke nabijheid op de pendelafstanden in Vlaanderen, waarbij we aannemen dat de ritlengte een goede indicator is voor de duurzaamheid van de verplaatsing. Om ruimtelijke nabijheid te meten maken we gebruik van klassieke indicatoren, zoals woondichtheid, jobdichtheid en ruimtelijke diversiteit, waaraan we de {\textquotedblleft}minimale pendelafstand{\textquotedblright} toevoegen. De minimale pendelafstand moet begrepen worden als de theoretische afstand die elke werknemer minimaal zou moeten afleggen om zo dicht mogelijk bij huis te werken, uitgaande van de huidige ruimtelijke configuratie van woningen en jobs.
Bij de statistische analyse houden we rekening met verstoring door schaalbaarheid van ruimtelijke eenheden en ruimtelijke autocorrelatie. Op basis van een ruimtelijk regressiemodel stellen we significante verbanden tussen ruimtelijke nabijheid en pendelafstanden vast. Een hoge woondichtheid hangt samen met kortere ritten, terwijl voor een hoge jobdichtheid een tegenovergesteld verband waargenomen wordt. Ook een hoge mate van ruimtelijke diversiteit in de zones waar de pendelbewegingen {\textquoteright}s ochtends vertrekken is gelinkt aan kortere verplaatsingen. De minimale pendelafstand loopt ten dele gelijk met de geobserveerde pendelafstand, wat aangeeft dat ruimtelijke nabijheid inderdaad de afgelegde afstanden be{\"i}nvloedt. Opmerkelijk is dat deze resultaten geldig zijn op het regionale schaalniveau, dus ook buiten de gebieden die als compacte stad kunnen worden omschreven.},
  author       = {Boussauw, Kobe and Neutens, Tijs and Witlox, Frank},
  issn         = {2032-8427},
  journal      = {RUIMTE \& MAATSCHAPPIJ},
  language     = {dut},
  number       = {2},
  pages        = {5--22},
  title        = {Pendel in en om de compacte stad: een ruimtelijke analyse van de afstand tot het werk},
  volume       = {2},
  year         = {2010},
}

Chicago
Boussauw, Kobe, Tijs Neutens, and Frank Witlox. 2010. “Pendel in En Om De Compacte Stad: Een Ruimtelijke Analyse Van De Afstand Tot Het Werk.” Ruimte & Maatschappij 2 (2): 5–22.
APA
Boussauw, K., Neutens, T., & Witlox, F. (2010). Pendel in en om de compacte stad: een ruimtelijke analyse van de afstand tot het werk. RUIMTE & MAATSCHAPPIJ, 2(2), 5–22.
Vancouver
1.
Boussauw K, Neutens T, Witlox F. Pendel in en om de compacte stad: een ruimtelijke analyse van de afstand tot het werk. RUIMTE & MAATSCHAPPIJ. 2010;2(2):5–22.
MLA
Boussauw, Kobe, Tijs Neutens, and Frank Witlox. “Pendel in En Om De Compacte Stad: Een Ruimtelijke Analyse Van De Afstand Tot Het Werk.” RUIMTE & MAATSCHAPPIJ 2.2 (2010): 5–22. Print.