- Author
- Dylan Couck (UGent)
- Organization
- Abstract
- Het arrest van het Grondwettelijk Hof van 15 mei 2025 past in een breder maatschappelijk debat over de mate waarin het onderwijs rekening moet houden de religieuze overtuiging van leerlingen. In de Vlaamse Gemeenschap is dat debat herkenbaar aan de verschillende discussies over de hoofddoek in het onderwijs. In de Franse Gemeenschap ontstond dan weer hevig protest ingevolge EVRAS: verschillende betogingen, vandalisme en zelfs brandstichting in scholen. Het middel waar het Hof het meest omstandig bij stilstond in dit arrest, was dan ook datgene inzake de neutraliteit van het onderwijs en, de vrijheid van gedachte en godsdienst. De verzoekende partijen hadden aangevoerd dat EVRAS niet verenigbaar was met deze grondrechten doordat thema’s in het kader van filosofische of godsdienstige waarden werden opgenomen in het programma die losstonden van de lessen godsdienst of levensbeschouwing. Leerlingen zouden volgens deze verzoekers daarom vrijgesteld kunnen worden van deze activiteiten daar ze strijdig zouden kunnen zijn met hun geloofsovertuiging. Het Hof oordeelde dat er in deze zaak geenszins sprake was van godsdienstonderwijs en zag geen redenen waarom leerlingen op basis van hun geloofsovertuiging moesten kunnen worden vrijgesteld van de EVRAS-activiteiten. Met EVRAS streefden de overheden verschillende legitieme doelstellingen na: de voorbereiding van kinderen op de sociale realiteit, het geven van jongeren van handvatten om hun eigen morele opvattingen te bepalen alsook de bestrijding van onder andere seksueel geweld. Bovendien was in het EVRAS-akkoord voorzien dat het betrokken onderwijs moet steunen op betrouwbare en objectieve informatie, hoorde bij te dragen aan de uitbanning van stereotypen, de personen die het onderwijs verzorgden hun eigen mening niet mochten delen, de EVRAS-activiteiten hoorden te beantwoorden aan de behoeften van de leerlingen en ouders niet verbood zelf nog voorlichting te geven. Met deze uitspraak bevestigde het Grondwettelijk Hof de bevoegdheid van de decreetgever om onderwijsinhoud op te leggen aan alle leerlingen, ook wanneer die inhoud strijdig zou zijn met hun geloofsovertuiging.
- Keywords
- Leerplichtonderwijs, Onderwijs, Neutraliteit van het onderwijs
Downloads
-
(...).pdf
- full text (Accepted manuscript)
- |
- UGent only (changes to open access on 2026-06-17)
- |
- |
- 139.34 KB
-
(...).pdf
- full text (Published version)
- |
- UGent only
- |
- |
- 92.59 KB
Citation
Please use this url to cite or link to this publication: http://hdl.handle.net/1854/LU-01KBFYR1537D4A23SFJQJJBPSR
- MLA
- Couck, Dylan. “Relationele, Affectieve En Seksuele Opvoeding.” NIEUW JURIDISCH WEEKBLAD, no. 532, 2025, pp. 862–63.
- APA
- Couck, D. (2025). Relationele, affectieve en seksuele opvoeding. NIEUW JURIDISCH WEEKBLAD, (532), 862–863.
- Chicago author-date
- Couck, Dylan. 2025. “Relationele, Affectieve En Seksuele Opvoeding.” NIEUW JURIDISCH WEEKBLAD, no. 532: 862–63.
- Chicago author-date (all authors)
- Couck, Dylan. 2025. “Relationele, Affectieve En Seksuele Opvoeding.” NIEUW JURIDISCH WEEKBLAD (532): 862–863.
- Vancouver
- 1.Couck D. Relationele, affectieve en seksuele opvoeding. NIEUW JURIDISCH WEEKBLAD. 2025;(532):862–3.
- IEEE
- [1]D. Couck, “Relationele, affectieve en seksuele opvoeding,” NIEUW JURIDISCH WEEKBLAD, no. 532, pp. 862–863, 2025.
@article{01KBFYR1537D4A23SFJQJJBPSR,
abstract = {{Het arrest van het Grondwettelijk Hof van 15 mei 2025 past in een breder maatschappelijk debat over de mate waarin het onderwijs rekening moet houden de religieuze overtuiging van leerlingen. In de Vlaamse Gemeenschap is dat debat herkenbaar aan de verschillende discussies over de hoofddoek in het onderwijs. In de Franse Gemeenschap ontstond dan weer hevig protest ingevolge EVRAS: verschillende betogingen, vandalisme en zelfs brandstichting in scholen. Het middel waar het Hof het meest omstandig bij stilstond in dit arrest, was dan ook datgene inzake de neutraliteit van het onderwijs en, de vrijheid van gedachte en godsdienst. De verzoekende partijen hadden aangevoerd dat EVRAS niet verenigbaar was met deze grondrechten doordat thema’s in het kader van filosofische of godsdienstige waarden werden opgenomen in het programma die losstonden van de lessen godsdienst of levensbeschouwing. Leerlingen zouden volgens deze verzoekers daarom vrijgesteld kunnen worden van deze activiteiten daar ze strijdig zouden kunnen zijn met hun geloofsovertuiging.
Het Hof oordeelde dat er in deze zaak geenszins sprake was van godsdienstonderwijs en zag geen redenen waarom leerlingen op basis van hun geloofsovertuiging moesten kunnen worden vrijgesteld van de EVRAS-activiteiten. Met EVRAS streefden de overheden verschillende legitieme doelstellingen na: de voorbereiding van kinderen op de sociale realiteit, het geven van jongeren van handvatten om hun eigen morele opvattingen te bepalen alsook de bestrijding van onder andere seksueel geweld. Bovendien was in het EVRAS-akkoord voorzien dat het betrokken onderwijs moet steunen op betrouwbare en objectieve informatie, hoorde bij te dragen aan de uitbanning van stereotypen, de personen die het onderwijs verzorgden hun eigen mening niet mochten delen, de EVRAS-activiteiten hoorden te beantwoorden aan de behoeften van de leerlingen en ouders niet verbood zelf nog voorlichting te geven. Met deze uitspraak bevestigde het Grondwettelijk Hof de bevoegdheid van de decreetgever om onderwijsinhoud op te leggen aan alle leerlingen, ook wanneer die inhoud strijdig zou zijn met hun geloofsovertuiging.}},
author = {{Couck, Dylan}},
issn = {{1378-8914}},
journal = {{NIEUW JURIDISCH WEEKBLAD}},
keywords = {{Leerplichtonderwijs,Onderwijs,Neutraliteit van het onderwijs}},
language = {{dut}},
number = {{532}},
pages = {{862--863}},
title = {{Relationele, affectieve en seksuele opvoeding}},
year = {{2025}},
}