Advanced search
1 file | 21.77 MB Add to list

Wilt ghi horen een nuwe liet / van datter cortelings is gheschiet : het Middelnederlandse politieke populaire lied vóór de Reformatie (1300-1560)

Linde Nuyts (UGent)
(2025)
Author
Promoter
(UGent)
Organization
Abstract
‘Populaire politieke liederen’ zijn al dan niet verhalende liederen met een politieke inhoud, die toegankelijk waren voor de non-elite. Deze term vervangt de onduidelijke en anachronistische benaming ‘historieliederen’ uit oudere, letterkundige gevalsstudies. Het bronnencorpus van dit onderzoek behelst alle Middelnederlandse liederen vanaf het oudste overgeleverde Middelnederlandse lied rond 1300 tot de reformatie in 1560. Populaire liederen bieden een voor deze tijd zeldzaam inzicht in politieke emoties en herinneringspraktijken van de non-elite. Het doel van dit proefschrift is om de functies, zangcontexten, overlevering, verspreiding en thema’s van politieke liederen te verduidelijken in relatie tot politieke ontwikkelingen en tot andere media van politieke communicatie. Dit proefschrift bestaat uit drie delen en onderzoekt zowel discursieve, vormelijke, muzikale als performatieve aspecten van het politieke lied. Het eerste deel behandelt zangcontexten middels extratekstuele aanknopingspunten, namelijk bronnen waarin liederen werden bewaard en verwijzingen naar politiek zingen in kronieken, gerechtelijke bronnen, schilderijen of andere liederen. Politieke liederen werden vooral gedicht door rondtrekkende liedverkopers, rederijkers, en amateurs. In het tweede deel groepeert een typologie liederen volgens vorm en thema. Dit brengt gelijkenissen aan het licht in functie, politieke boodschap, discours, overlevering en circulatie. Het derde deel is een diepgaandere contextuele analyse van liederen gedurende de opstanden tussen 1477 en 1492. Ieder lied blijkt thematisch of intertekstueel verbonden met andere politieke media, van materieel tot mondeling, ceremonieel, visueel, geschreven of gedrukt. Discursieve verbanden verduidelijken de ontstaanscontexten van liederen, waarin zowel ‘top-down’ als ‘bottom-up’ belangen speelden. Men zong over politiek om zich te amuseren, om gebeurtenissen te herdenken, om te opiniëren of om te mobiliseren – zowel subversief als regimegetrouw. Subversieve liederen tierden welig tijdens periodes van opstand. Ze vormden een wezenlijk gevaar voor politieke stabiliteit en werden streng bestraft, vooral vlak na opstanden. De bewaarde liedteksten met subversieve inhoud behartigden stedelijke belangen ten opzichte van een repressieve of nalatige vorst. Ze werden bijna uitsluitend overgeleverd in handschriften. Door tweedracht getraumatiseerde stedelingen zworen onvrede liever af met eensgezinde liederen. De kern van zowel de eensgezinde als subversieve stedelijke liedteksten was altijd een relaas over een collectieve herinnering dat politieke waarden duidelijk maakte, een relaas dat reeds bekend was uit andere lokale media en vertellingen. Andere liederen juichten Bourgondisch-Habsburgse belangen toe door lotgevallen van landsknechten of vorst(inn)en te bezingen. Bourgondisch-Habsburgsgezinde en ook eensgezinde stedelijke liederen werden bijna allemaal overgeleverd in gedrukte bronnen, zoals liedboeken. Dit soort bronnen wijst meestal op commerciële, en soms propagandistische motivaties. Ze dienden tot snelle verspreiding eerder dan tot duurzame bewaring, in tegenstelling tot handschriften. Gedrukte, Bourgondisch-Habsburgsgezinde liederen vertonen verbanden met andere gedrukte bronnen zoals pamfletten, of een prozabiografie over de vorst. De supraregionale liederen mobiliseerden door expliciete identificaties en emotioneel taalgebruik. De stedelijke liederen hadden een lange levensduur en waren stevig verankerd in het lokale geheugen. De politieke kracht van een herkenbaar melodietje waarmee men unisono stad of vorst loofde of bekritiseerde kan moeilijk overschat worden. Alle politieke actoren trachtten de politieke kracht van liederen te benutten en/of te onderdrukken. Zo vormen liederen een buitengewone bron voor de beleving van politiek en van het verleden.
‘Popular political songs’ are songs with political content, narrative or otherwise, that were accessible to the non-elite. This term replaces the obscure and anachronistic designation ‘historical songs’ from older, literary case studies. The source corpus of this study includes all Middle Dutch songs from the oldest that survives, around 1300, until the Reformation in 1560. Popular songs offer a rare insight into political emotions and memory practices of the non-elite for this time. The aim of this dissertation is to clarify the functions, contexts, lore, distribution and themes of political songs in relation to political developments and other media of political communication. The dissertation is divided into three parts and examines discursive, formal, musical and performative aspects of political songs. The first explores song contexts through extratextual clues including sources in which songs were preserved, and references to political songs in chronicles, judicial sources, paintings or other songs. These songs were mainly composed by itinerant song sellers, rhetoricians, and amateurs. In the second part, a typology groups songs according to form and theme, revealing similarities in their function, political message, discourse, lore and circulation. The third part constitutes a deeper contextual analysis of songs during the uprisings between 1477 and 1492. Each song appears to be thematically or intertextually linked to other political media, from material to oral, ceremonial, visual, written or printed. Discursive links clarify the contexts in which these songs were generated, where both ‘top-down’ and ‘bottom-up’ interests were at play. People sang about politics to amuse themselves, commemorate events, express opinions or mobilize, and might be either subversive or loyal to the regime. Subversive songs thrived during periods of rebellion. They posed a substantial danger to political stability and could be a cause for severe punishment, especially shortly after rebellions. The preserved song lyrics with subversive content promoted urban interests against a repressive or negligent ruler, and were almost exclusively handed down in manuscripts. Townspeople traumatized by discord, however, preferred to renounce conflicts with songs that encouraged unity. At the core of both unifying and subversive urban songs was always a collective memory clarifying political values already known from other local media and narratives. Other songs promoted Burgundian-Habsburg interests by singing about the fortunes of mercenaries or princes. Both Burgundian-Habsburg and unified urban songs were almost all handed down in printed sources. Sources like songbooks usually point to commercial, and sometimes propagandistic, motivations. Unlike manuscripts, they facilitated quick dissemination rather than lasting preservation. The content and discourse of Burgundian-Habsburg songs is comparable to that in printed sources like pamphlets or a royal biography. The supra-regional songs served to mobilize through explicit identifications and emotional language. Urban songs were long-lasting and firmly rooted in local memory. The political power of a recognizable tune with which people unisono praised or criticized city or monarch can hardly be overestimated. All political actors sought to harness and sometimes even suppress the political power of songs. Songs prove to be extraordinary witnesses for the perception of politics and the past.
Keywords
political song, political communication, low countries, popular culture, maximilian of austria, charles v, identity, memory, history of emotions

Downloads

  • (...).pdf
    • full text (Published version)
    • |
    • UGent only
    • |
    • PDF
    • |
    • 21.77 MB

Citation

Please use this url to cite or link to this publication:

MLA
Nuyts, Linde. Wilt Ghi Horen Een Nuwe Liet / van Datter Cortelings Is Gheschiet : Het Middelnederlandse Politieke Populaire Lied Vóór de Reformatie (1300-1560). Universiteit Gent. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, 2025.
APA
Nuyts, L. (2025). Wilt ghi horen een nuwe liet / van datter cortelings is gheschiet : het Middelnederlandse politieke populaire lied vóór de Reformatie (1300-1560). Universiteit Gent. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, Gent.
Chicago author-date
Nuyts, Linde. 2025. “Wilt Ghi Horen Een Nuwe Liet / van Datter Cortelings Is Gheschiet : Het Middelnederlandse Politieke Populaire Lied Vóór de Reformatie (1300-1560).” Gent: Universiteit Gent. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte.
Chicago author-date (all authors)
Nuyts, Linde. 2025. “Wilt Ghi Horen Een Nuwe Liet / van Datter Cortelings Is Gheschiet : Het Middelnederlandse Politieke Populaire Lied Vóór de Reformatie (1300-1560).” Gent: Universiteit Gent. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte.
Vancouver
1.
Nuyts L. Wilt ghi horen een nuwe liet / van datter cortelings is gheschiet : het Middelnederlandse politieke populaire lied vóór de Reformatie (1300-1560). [Gent]: Universiteit Gent. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte; 2025.
IEEE
[1]
L. Nuyts, “Wilt ghi horen een nuwe liet / van datter cortelings is gheschiet : het Middelnederlandse politieke populaire lied vóór de Reformatie (1300-1560),” Universiteit Gent. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, Gent, 2025.
@phdthesis{01JH07H9JG58NTYZPX8YMAACAB,
  abstract     = {{‘Populaire politieke liederen’ zijn al dan niet verhalende liederen met een politieke inhoud, die toegankelijk waren voor de non-elite. Deze term vervangt de onduidelijke en anachronistische benaming ‘historieliederen’ uit oudere, letterkundige gevalsstudies. Het bronnencorpus van dit onderzoek behelst alle Middelnederlandse liederen vanaf het oudste overgeleverde Middelnederlandse lied rond 1300 tot de reformatie in 1560. Populaire liederen bieden een voor deze tijd zeldzaam inzicht in politieke emoties en herinneringspraktijken van de non-elite. Het doel van dit proefschrift is om de functies, zangcontexten, overlevering, verspreiding en thema’s van politieke liederen te verduidelijken in relatie tot politieke ontwikkelingen en tot andere media van politieke communicatie.
Dit proefschrift bestaat uit drie delen en onderzoekt zowel discursieve, vormelijke, muzikale als performatieve aspecten van het politieke lied. Het eerste deel behandelt zangcontexten middels extratekstuele aanknopingspunten, namelijk bronnen waarin liederen werden bewaard en verwijzingen naar politiek zingen in kronieken, gerechtelijke bronnen, schilderijen of andere liederen. Politieke liederen werden vooral gedicht door rondtrekkende liedverkopers, rederijkers, en amateurs. In het tweede deel groepeert een typologie liederen volgens vorm en thema. Dit brengt gelijkenissen aan het licht in functie, politieke boodschap, discours, overlevering en circulatie. Het derde deel is een diepgaandere contextuele analyse van liederen gedurende de opstanden tussen 1477 en 1492. 
Ieder lied blijkt thematisch of intertekstueel verbonden met andere politieke media, van materieel tot mondeling, ceremonieel, visueel, geschreven of gedrukt. Discursieve verbanden verduidelijken de ontstaanscontexten van liederen, waarin zowel ‘top-down’ als ‘bottom-up’ belangen speelden. Men zong over politiek om zich te amuseren, om gebeurtenissen te herdenken, om te opiniëren of om te mobiliseren – zowel subversief als regimegetrouw. 
Subversieve liederen tierden welig tijdens periodes van opstand. Ze vormden een wezenlijk gevaar voor politieke stabiliteit en werden streng bestraft, vooral vlak na opstanden. De bewaarde liedteksten met subversieve inhoud behartigden stedelijke belangen ten opzichte van een repressieve of nalatige vorst. Ze werden bijna uitsluitend overgeleverd in handschriften. Door tweedracht getraumatiseerde stedelingen zworen onvrede liever af met eensgezinde liederen. De kern van zowel de eensgezinde als subversieve stedelijke liedteksten was altijd een relaas over een collectieve herinnering dat politieke waarden duidelijk maakte, een relaas dat reeds bekend was uit andere lokale media en vertellingen.
Andere liederen juichten Bourgondisch-Habsburgse belangen toe door lotgevallen van landsknechten of vorst(inn)en te bezingen. Bourgondisch-Habsburgsgezinde en ook eensgezinde stedelijke liederen werden bijna allemaal overgeleverd in gedrukte bronnen, zoals liedboeken. Dit soort bronnen wijst meestal op commerciële, en soms propagandistische motivaties. Ze dienden tot snelle verspreiding eerder dan tot duurzame bewaring, in tegenstelling tot handschriften. Gedrukte, Bourgondisch-Habsburgsgezinde liederen vertonen verbanden met andere gedrukte bronnen zoals pamfletten, of een prozabiografie over de vorst.
De supraregionale liederen mobiliseerden door expliciete identificaties en emotioneel taalgebruik. De stedelijke liederen hadden een lange levensduur en waren stevig verankerd in het lokale geheugen. De politieke kracht van een herkenbaar melodietje waarmee men unisono stad of vorst loofde of bekritiseerde kan moeilijk overschat worden. Alle politieke actoren trachtten de politieke kracht van liederen te benutten en/of te onderdrukken. Zo vormen liederen een buitengewone bron voor de beleving van politiek en van het verleden.}},
  author       = {{Nuyts, Linde}},
  keywords     = {{political song,political communication,low countries,popular culture,maximilian of austria,charles v,identity,memory,history of emotions}},
  language     = {{dut}},
  pages        = {{XXVI, 603}},
  publisher    = {{Universiteit Gent. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte}},
  school       = {{Ghent University}},
  title        = {{Wilt ghi horen een nuwe liet / van datter cortelings is gheschiet : het Middelnederlandse politieke populaire lied vóór de Reformatie (1300-1560)}},
  year         = {{2025}},
}