Pluricentrisme in de praktijk : naar een methode voor de codificatie van grammaticale verschillen tussen Belgisch Nederlands en Nederlands Nederlands
(2024)
- Author
- Arne Dhondt (UGent)
- Promoter
- Timothy Colleman (UGent) and Johan De Caluwe (UGent)
- Organization
- Abstract
- In dit proefschrift ontwerpen we een wetenschappelijk betrouwbare en praktisch toepasbare methode om nationale variatie in de grammatica van het Standaardnederlands te onderzoeken en te beschrijven in een referentiegrammatica. De aanleiding is de lopende herziening van de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS), de belangrijkste referentiegrammatica van het Nederlands voor een breed publiek. Een van de doelen van het herzieningsproject is namelijk om de pluricentrische visie op het Nederlands te implementeren, i.e. de visie dat er meerdere nationale standaardvariëteiten van het Nederlands zijn. De Taalunie onderscheidt bijvoorbeeld Belgisch Nederlands (BN), Nederlands Nederlands (NN) en Surinaams Nederlands (SN). In zo’n pluricentrische ANS moeten grammaticale verschillen tussen de nationale standaardvariëteiten beschreven worden. Om tot zo’n onderzoeks- en beschrijvingsmethode te komen, reflecteren we op basis van literatuurstudie over vragen (1)-(5). We beperken ons daarbij tot BN en NN, aangezien er te weinig voorstudies zijn over SN. (1) Op welk geografisch niveau beschrijf je diatopische variatie in de standaardtaal: moet er bijvoorbeeld rekening worden gehouden met verschillen onder het nationale niveau? (2) Op basis van welk type data kan de diatopische variatie het beste beschreven worden: productiedata, evaluatiedata of een combinatie van beide? (3) Welke productiedata zijn representatief voor standaardtaal? (4) Met welke methodes meet je diatopische variatie in productiedata? (5) Hoe vertaal je productiedata naar een beschrijving in een referentiegrammatica? Op basis van die literatuurstudie beargumenteren we bij (1) dat het gerechtvaardigd is om diatopische variatie op nationaal niveau te beschrijven. Bij (2) besluiten we dat evaluatiedata minder geschikt zijn bij onderzoek naar een groot aantal grammaticale verschijnselen, zodat we ons bij (3)-(5) toespitsen op productiedata. Bij (3) laten we zien dat krantentaal het beste bruikbaar is om standaardtaal te beschrijven, hoewel het genre een aantal beperkingen kent. Bij (4) en (5) stellen we vast dat er nood is aan productiedata waaraan methodes voor onderzoek en beschrijving kunnen worden afgetoetst. Daarom verkennen we de variatie tussen BN en NN bij een representatief staal van 24 grammaticale verschijnselen die potentieel diatopische variatie vertonen. Voor dat verkennend onderzoek ontwerpen we een systematische methode, en we voeren het onderzoek uit in de krantencomponent van SoNaR. Op basis van de verzamelde productiedata worden zes categorieën grammaticale verschijnselen met diatopische variatie onderscheiden die relevant zijn voor de grammaticografische beschrijving. Voor elke categorie wordt een methode voorgesteld om volgende kenmerken te beschrijven in een referentiegrammatica: (a) het verspreidingspatroon van de varianten; (b) de normatieve status van de varianten; (c) kwalitatieve noord-zuidverschillen in het gebruik van de varianten; (d) de eventuele bijzondere pragmatische waarde van de varianten. Zo komen we tot een methode om nationale variatie in de grammatica te onderzoeken en te beschrijven. Hoewel er daarbij een aantal blinde vlekken overblijven, heeft de methode als belangrijke voordelen dat ze grammaticografen houvast biedt om de grammaticale noord-zuidvariatie voor een groot aantal verschijnselen te beschrijven op een systematische en wetenschappelijk betrouwbare wijze. Bovendien wordt die variatie behoorlijk fijnmazig weergegeven in de referentiegrammatica, op zo’n manier dat voor de gebruikers ervan duidelijk wordt dat niet alle grammaticale noord-zuidverschillen over dezelfde kam geschoren kunnen worden.
- In this dissertation, we design a scientifically reliable and practically applicable method for investigating and describing national variation in the grammar of Standard Dutch in a reference grammar. The motivation for this research arises from the revision of the Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS), the main reference grammar of Dutch aimed at a broad audience. One of the goals of the revision project is to implement the pluricentric perspective on Dutch, i.e., the perspective in which multiple national standard varieties of Dutch are distinguished. The Taalunie, for instance, distinguishes between Belgian Dutch (BD), Netherlandic Dutch (ND), and Surinamese Dutch (SD). In such a pluricentric ANS, grammatical differences between the national standard varieties need to be described. To develop such a method, we reflect on questions (1)-(5) through a literature review. We confine our focus to BD and ND, given that there is insufficient prior research on SD. (1) At what geographical level should diatopic variation in standard language be described, e.g. should differences below the national level be considered? (2) What type of data is most suitable for describing diatopic variation: production data, evaluation data, or a combination of both? (3) What kind of production data are representative of standard language? (4) What methods are used to measure diatopic variation in production data? (5) How should production data be translated into a description in a reference grammar? Regarding (1), we argue that it is justified to describe diatopic variation between national varieties. For (2), we conclude that evaluation data are less suitable for investigating a large number of grammatical phenomena, which is why we focus on production data in (3)-(5). For (3), we demonstrate that newspaper language is the most useful for describing standard language, even though the genre has certain limitations. For (4) and (5), we show that we need production data to test which methods for investigation and description are suitable. Therefore, we explore the variation between BD and ND in a representative sample of 24 grammatical phenomena that potentially exhibit diatopic variation. For this exploratory research, we design a systematic method and we conduct the research within SoNaR Newspapers. Based on the collected production data, six categories of grammatical phenomena with diatopic variation are identified, which are relevant for grammaticographic description. For each category, a method is proposed to describe the following features in a reference grammar: (a) the distribution pattern of variants; (b) the normative status of variants; (c) qualitative national differences in the use of variants; (d) the potential special pragmatic value of variants. By doing so, we arrive at a method for investigating and describing national variation in grammar. Although there are some remaining blind spots, the method offers significant advantages by providing grammarians with a framework to describe national grammatical variation for a wide range of phenomena in a systematic and scientifically reliable way. Moreover, this variation is presented in a nuanced manner in the reference grammar, making it clear to its users that not all national grammatical differences should be treated alike.
- Keywords
- pluricentrisme, Nederlands, grammatica, corpuslinguïstiek, geografische variatie
Downloads
-
(...).pdf
- full text (Published version)
- |
- UGent only (changes to open access on 2029-04-25)
- |
- |
- 6.47 MB
Citation
Please use this url to cite or link to this publication: http://hdl.handle.net/1854/LU-01HVVFBMHP0ZT3JDWGMC20MDZW
- MLA
- Dhondt, Arne. Pluricentrisme in de Praktijk : Naar Een Methode Voor de Codificatie van Grammaticale Verschillen Tussen Belgisch Nederlands En Nederlands Nederlands. Universiteit Gent. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, 2024.
- APA
- Dhondt, A. (2024). Pluricentrisme in de praktijk : naar een methode voor de codificatie van grammaticale verschillen tussen Belgisch Nederlands en Nederlands Nederlands. Universiteit Gent. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, Gent.
- Chicago author-date
- Dhondt, Arne. 2024. “Pluricentrisme in de Praktijk : Naar Een Methode Voor de Codificatie van Grammaticale Verschillen Tussen Belgisch Nederlands En Nederlands Nederlands.” Gent: Universiteit Gent. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte.
- Chicago author-date (all authors)
- Dhondt, Arne. 2024. “Pluricentrisme in de Praktijk : Naar Een Methode Voor de Codificatie van Grammaticale Verschillen Tussen Belgisch Nederlands En Nederlands Nederlands.” Gent: Universiteit Gent. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte.
- Vancouver
- 1.Dhondt A. Pluricentrisme in de praktijk : naar een methode voor de codificatie van grammaticale verschillen tussen Belgisch Nederlands en Nederlands Nederlands. [Gent]: Universiteit Gent. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte; 2024.
- IEEE
- [1]A. Dhondt, “Pluricentrisme in de praktijk : naar een methode voor de codificatie van grammaticale verschillen tussen Belgisch Nederlands en Nederlands Nederlands,” Universiteit Gent. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, Gent, 2024.
@phdthesis{01HVVFBMHP0ZT3JDWGMC20MDZW,
abstract = {{In dit proefschrift ontwerpen we een wetenschappelijk betrouwbare en praktisch toepasbare methode om nationale variatie in de grammatica van het Standaardnederlands te onderzoeken en te beschrijven in een referentiegrammatica. De aanleiding is de lopende herziening van de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS), de belangrijkste referentiegrammatica van het Nederlands voor een breed publiek. Een van de doelen van het herzieningsproject is namelijk om de pluricentrische visie op het Nederlands te implementeren, i.e. de visie dat er meerdere nationale standaardvariëteiten van het Nederlands zijn. De Taalunie onderscheidt bijvoorbeeld Belgisch Nederlands (BN), Nederlands Nederlands (NN) en Surinaams Nederlands (SN). In zo’n pluricentrische ANS moeten grammaticale verschillen tussen de nationale standaardvariëteiten beschreven worden.
Om tot zo’n onderzoeks- en beschrijvingsmethode te komen, reflecteren we op basis van literatuurstudie over vragen (1)-(5). We beperken ons daarbij tot BN en NN, aangezien er te weinig voorstudies zijn over SN.
(1) Op welk geografisch niveau beschrijf je diatopische variatie in de standaardtaal: moet er bijvoorbeeld rekening worden gehouden met verschillen onder het nationale niveau?
(2) Op basis van welk type data kan de diatopische variatie het beste beschreven worden: productiedata, evaluatiedata of een combinatie van beide?
(3) Welke productiedata zijn representatief voor standaardtaal?
(4) Met welke methodes meet je diatopische variatie in productiedata?
(5) Hoe vertaal je productiedata naar een beschrijving in een referentiegrammatica?
Op basis van die literatuurstudie beargumenteren we bij (1) dat het gerechtvaardigd is om diatopische variatie op nationaal niveau te beschrijven. Bij (2) besluiten we dat evaluatiedata minder geschikt zijn bij onderzoek naar een groot aantal grammaticale verschijnselen, zodat we ons bij (3)-(5) toespitsen op productiedata. Bij (3) laten we zien dat krantentaal het beste bruikbaar is om standaardtaal te beschrijven, hoewel het genre een aantal beperkingen kent. Bij (4) en (5) stellen we vast dat er nood is aan productiedata waaraan methodes voor onderzoek en beschrijving kunnen worden afgetoetst. Daarom verkennen we de variatie tussen BN en NN bij een representatief staal van 24 grammaticale verschijnselen die potentieel diatopische variatie vertonen.
Voor dat verkennend onderzoek ontwerpen we een systematische methode, en we voeren het onderzoek uit in de krantencomponent van SoNaR. Op basis van de verzamelde productiedata worden zes categorieën grammaticale verschijnselen met diatopische variatie onderscheiden die relevant zijn voor de grammaticografische beschrijving. Voor elke categorie wordt een methode voorgesteld om volgende kenmerken te beschrijven in een referentiegrammatica:
(a) het verspreidingspatroon van de varianten;
(b) de normatieve status van de varianten;
(c) kwalitatieve noord-zuidverschillen in het gebruik van de varianten;
(d) de eventuele bijzondere pragmatische waarde van de varianten.
Zo komen we tot een methode om nationale variatie in de grammatica te onderzoeken en te beschrijven. Hoewel er daarbij een aantal blinde vlekken overblijven, heeft de methode als belangrijke voordelen dat ze grammaticografen houvast biedt om de grammaticale noord-zuidvariatie voor een groot aantal verschijnselen te beschrijven op een systematische en wetenschappelijk betrouwbare wijze. Bovendien wordt die variatie behoorlijk fijnmazig weergegeven in de referentiegrammatica, op zo’n manier dat voor de gebruikers ervan duidelijk wordt dat niet alle grammaticale noord-zuidverschillen over dezelfde kam geschoren kunnen worden.}},
author = {{Dhondt, Arne}},
keywords = {{pluricentrisme,Nederlands,grammatica,corpuslinguïstiek,geografische variatie}},
language = {{dut}},
pages = {{XXXVIII, 730}},
publisher = {{Universiteit Gent. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte}},
school = {{Ghent University}},
title = {{Pluricentrisme in de praktijk : naar een methode voor de codificatie van grammaticale verschillen tussen Belgisch Nederlands en Nederlands Nederlands}},
year = {{2024}},
}